Afgelopen zaterdag heeft Rokado haar 35 jarige jubileum gevierd in de Dorpshuis “De Swaensvoet”, de plaats waar het 27 januari 1974 allemaal begon.
Jos Visser jeugdspeler van het eerste uur en na 28 sabbatsjaren vorig jaar weer teruggekeerd op het oude nest, stelde begin dit jaar voor om dit te vieren. De andere leden hadden hier niet stil bij gestaan: schaken is leuk, maar er moet niet teveel heisa bij komen. Maar gelukkig is Jos terug, anders zou na het 25-jarige, ook het 35-jarige bestaan nooit gevierd zijn.
Francisco van Jole opende het toernooi als zoon van de oprichter oud-voorzitter Guillermo Van Jole (lees nog eens het mooie in memoriam dat hij voor zijn vader schreef) en vertelde dat het dorpshuis nu op de plaats staat waar vroeger het glasbewerkingsbedrijf van zijn vader zich had bevonden. Door ziekte was zijn vader destijds genoodzaakt met dit bedrijf te stoppen en hij sleet zijn dagen daarna in zijn stoel voor de tv. Tot hij in januari 1974 een briefje in de brievenbus vond, waarin het idee geopperd werd om in Nieuw-Beijerland een schaakvereniging op ter richten. Het briefje werd onmiddellijk ingevuld en zoon Francisco kreeg de opdracht dit direct naar de Christinastraat te brengen waar initiatiefnemer Fred Nijkamp woonde. 27 januari 1974 was het zover: de oprichtingsvergadering van de nieuwe schaakvereniging en dhr. Van Jole leefde weer helemaal op. Na enkele weken ontstond er kritiek op de eerst aangestelde voorzitter. Dat probleem werd eenvoudig en resoluut opgelost: de man kreeg een briefje in de bus met de mededeling dat hij vanaf heden geen voorzitter meer was. De vacature werd per direct door hem zelf ingevuld. De nieuw voorzitter heette dus Van Jole. Van Jole’s aanpak was niet onomstreden, zo kon het gebeuren dat hij na een telefoongesprek de hoorn neerlegde en verbaasd voor zich uit praatte: “hij noemde me een dictator!”.
Een paar jaar later tijdens een prijsuitreiking bij een toernooi, waarbij vrouwen, vaders en moeders ook werden uitgenodigd konden we een stem uitbrengen op een nieuwe naam. De inmiddels bestaande naam was SV Nieuw-Beijerland maar dat leek te veel op de naam SV Beijerland (Oud Beijerland). De keuze was tussen LUTO (Leer Uw Tegenstander Overwinnen – met zo´n naam zouden we nog steeds vierde klasse spelen - red.) en ROKADO (rots in de branding) en nog wat inmiddels vergeten namen. Rokado is: rokeren met een Spaanse klank. Alles ging er heel democratisch aan toe, alleen bleek later dat de betekenis “rots in de branding” er met de haren bij was gesleept om om eventuele twijfelaars over de streep te trekken. De naam Rokado was dus geboren. Nou ja, er was al een wielerploeg in Duitsland die al zo heette en een tabakbedrijf met dezelfde naam. Waarom dat tabakbedrijf zo heette, het zal wel grappig bedoeld zijn: Rookado.
Na de fraaie speech van Francisco, heette Jos iedereen welkom en werd er gestart met het schaken. De teams bestonden uit 2 spelers bij een 5 ronden tellend zwitsers toernooi.
Het gelegenheidsteam SpringRok bestaande uit Marco van der Linden en Ed Lammers schreven met overmacht de titel van dit jubileumtoernooi op hun naam. SpringRok behaalde 9,5 punt uit 10 gespeelde partijen.
Met 2,5 punt minder legde het team Zoetemeijer (Peter en Theo) beslag op de 2e plaats.
De derde plaats werd gedeeld door de teams Osinga 1 (Angelique en haar vader André) en Numansdorp (Cees van der Velden en Piet van Oudheusden) met 6 punten.De viertienjarige Angelique uit Oud Beijerland, getraind door de sterke Rotterdamse speler Michel de Wit, maakte het Hans van der Linden moeilijk en won zelfs van Leo Rietveld. Het is wel zeker, dat we in de toekomst nog veel van haar gaan horen.
Team van de Linden (Hans en Hans sr) werd vijfde 5,5 punt. Met een halfje minder sloten de vier teams Maasstad 1 (Snel en Vos), Maasstad 2 (Cees van der Linden en Michel), Maasstad 3 (Zwanenburg en Mw. Chilton) en Rokado (Leo Rietveld en Jos Visser), gevolgd door de teams van ’t Springende Peert (Arjan Verkerk en Pieter-Jan Gravendeel met 4,5 punt), Westmaas 1 (Peter Luijendijk en Henk van der Velden 4 punten), Osinga 2 (Ruud Kok en Marjolijn Osinga 3,5 punt) en Westmaas 2 (Teun Wols en Piersen met 2 punten).
Topscorers:
Marco van der Linden 4,5
Hans van der Linden 4,5
Ed Lammers 4
Peter Zoetemeijer 4
Leo Rietveld 4
Theo Zoetemeijer
Was een blog (2007-2018) over de opmars van een schaakvereniging uit Nieuw-Beijerland.
maandag 13 april 2009
zaterdag 4 april 2009
Rokado doet stapje terug
Het wonder dat nodig was voor lijfsbehoud in de promotieklasse is gisteravond helaas uitgebleven en zo kan het gebeuren dat Rokado volgend jaar weer eens ouderwets competitie gaat spelen in de eerste klasse van de RSB.
Ik ben de tel inmiddels kwijtgeraakt hoe vaak we gedegradeerd zijn uit de promotieklasse en daarna weer gepromoveerd zijn uit de eerste klasse. Het zal ongetwijfeld goed zijn voor een record. Je zou er het heen en weer van krijgen toch. Of om met Drs. P te spreken:
We zijn hier aan de oever van één machtige rivier
De andere oever is daarginds, en deze hier is hier
De oever waar we niet zijn noemen wij de overkant
Die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland
En dit heet dan de overkant, onthoud u dat dus goed
Want dat is van belang voor als u oversteken moet
Dat zou nog best eens kunnen, want er is hier veel verkeer
En daarom vaar ik steeds maar vice versa heen en weer
Heen en weer
Heen en weer
Heen en weer
Heen en weer (etc. etc) Heen en weer – Drs. P.
Enfin, jammer was het natuurlijk wel, maar voor de meeste spelers van Rokado toch ook een soort deja-vu: we hebben dit vaker aan de hand gehad, en ook nu zullen we er wel weer bovenop komen en te zijner tijd terugkeren in de promotieklasse.
Gastvrij onderdak voor de gezamenlijk gespeelde laatste ronde (een vast gebruik in de promotieklasse) werd gisteren door Charlois Europoort geboden in hun ruime Groene Zaal. Het tweede van Charlois was zelf inmiddels op zijn sloffen kampioen geworden en had in de laatste ronde een bye en speelde dus niet mee in deze laatste ronde.
Rokado had vooraf alleen overlevingskansen bij ruime winst op S.O. Rotterdam en bij een dikke nederlaag van Shah Mata tegen Moerkapelle, dat enkele meters verder werd afgewikkeld.
Die ruime winst heeft er geen moment ingezeten.
Bij de wedstrijd vielen vrij vlot drie remises te noteren aan de hogere borden.Het meest pikante duel vond plaats op bord twee. Hans versus Gerard Kool. De laatste weken waren er wat spanningen ontstaan in verband met het door Kool (vurig) gewenste vooruitspelen van zijn partij (hij gaat meespelen aan het Europees Senioren Toernooi voor teams) waaraan Rokado onder geen beding wenste mee te werken.
De ijzige sfeer aan hun bord gisterenavond riep vaag herinneringen op aan de match Topalov tegen Kramnik (u weet wel: Toilet-gate in Elista). In ieder geval schudden Hans en Gerard elkaar wél de hand, hoewel er verder geen woord werd gewisseld. De partij liep uit op een korte remise waarin geen risico genomen werd.
Rex speelde een vlotte remise tegen John Schell. Het feit dat ze elkaar al jarenlang kennen zal daar ook wel een rol in hebben gespeeld. Ik zelf speelde een korte maar niet geheel oninteressante remise tegen Cor de Zwart.
Murphy won daarna verrassend op het achtste bord zijn partij nadat hij eerder een mindere positie had moeten verdedigen. Hierop volgden verliespartijen van Peter tegen Theo Hoogesteeger en van Leo tegen Martin Noordijk. 3.5-2.5 in ons nadeel met nog twee partijen te gaan. Marco tegen Gerard Kastelijn en Frank tegen Frans Vreugdenhil.
Marco speelde met zwart en had zijn veelbelovende stelling met één zet om zeep geholpen. Gerard Kastelijn kreeg materieel voordeel en won het eindspel uiteindelijk, met enige moeite.
Frank had een pionneneindspel bereikt dat ons omstanders remise leek, maar Frank had verder gekeken en wist de stelling zodanig te compliceren, dat Frans Vreugdenhil teveel tijd nodig had om de varianten door te kunnen rekenen. Met de vlag op vallen in verloren positie gaf hij zich gewonnen: 3.5-4.5 voor Rotterdam.
Exit promotieklasse. Maar we zullen daar ongetwijfeld nog eens terugkeren. Laten we ons geen zorgen maken!
Om af te ronden: nogmaals dank aan Charlois voor hun gastvrije ontvangst in hun Groene Zaal (waar prima te schaken is hoor) en uiteraard wensen wij ook Gerard Kool en zijn team veel succes op het Europees Kampioenschap in Oostenrijk. Zo sportief zijn we ook wel weer.
Tenslotte nog dit: op de site van Charlois heeft de Filip Borst (die voorzitter is, en kennelijk een enorme drive heeft om zich als voorzitter te profileren) het in een zeer lang stuk (ik kan het ook anders zeggen, maar doe het niet) erover dat: Spelers uit de promotieklasse (-) niet het fatsoen hadden op beslissende momenten hun muil te houden. Dit lijkt me, afgezien van de weinig subtiele formulering, niet helemaal in de geest van de avond. Te beslissen was er namelijk niets meer, omdat ook Charlois 3 al lang kampioen was – en de wedstrijden in de promotieklasse ook gedaan waren. En het stilhouden van zo’n zaaltje met waarin 60 veelal drinkende mensen om elf uur op een vrijdagavond lijkt me ook een redelijke illusoir. Dat je het maar eventjes weet.
Groeten, Rick
Ik ben de tel inmiddels kwijtgeraakt hoe vaak we gedegradeerd zijn uit de promotieklasse en daarna weer gepromoveerd zijn uit de eerste klasse. Het zal ongetwijfeld goed zijn voor een record. Je zou er het heen en weer van krijgen toch. Of om met Drs. P te spreken:
We zijn hier aan de oever van één machtige rivier
De andere oever is daarginds, en deze hier is hier
De oever waar we niet zijn noemen wij de overkant
Die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland
En dit heet dan de overkant, onthoud u dat dus goed
Want dat is van belang voor als u oversteken moet
Dat zou nog best eens kunnen, want er is hier veel verkeer
En daarom vaar ik steeds maar vice versa heen en weer
Heen en weer
Heen en weer
Heen en weer
Heen en weer (etc. etc) Heen en weer – Drs. P.
Enfin, jammer was het natuurlijk wel, maar voor de meeste spelers van Rokado toch ook een soort deja-vu: we hebben dit vaker aan de hand gehad, en ook nu zullen we er wel weer bovenop komen en te zijner tijd terugkeren in de promotieklasse.
Gastvrij onderdak voor de gezamenlijk gespeelde laatste ronde (een vast gebruik in de promotieklasse) werd gisteren door Charlois Europoort geboden in hun ruime Groene Zaal. Het tweede van Charlois was zelf inmiddels op zijn sloffen kampioen geworden en had in de laatste ronde een bye en speelde dus niet mee in deze laatste ronde.
Rokado had vooraf alleen overlevingskansen bij ruime winst op S.O. Rotterdam en bij een dikke nederlaag van Shah Mata tegen Moerkapelle, dat enkele meters verder werd afgewikkeld.
Die ruime winst heeft er geen moment ingezeten.
Bij de wedstrijd vielen vrij vlot drie remises te noteren aan de hogere borden.Het meest pikante duel vond plaats op bord twee. Hans versus Gerard Kool. De laatste weken waren er wat spanningen ontstaan in verband met het door Kool (vurig) gewenste vooruitspelen van zijn partij (hij gaat meespelen aan het Europees Senioren Toernooi voor teams) waaraan Rokado onder geen beding wenste mee te werken.
De ijzige sfeer aan hun bord gisterenavond riep vaag herinneringen op aan de match Topalov tegen Kramnik (u weet wel: Toilet-gate in Elista). In ieder geval schudden Hans en Gerard elkaar wél de hand, hoewel er verder geen woord werd gewisseld. De partij liep uit op een korte remise waarin geen risico genomen werd.
Rex speelde een vlotte remise tegen John Schell. Het feit dat ze elkaar al jarenlang kennen zal daar ook wel een rol in hebben gespeeld. Ik zelf speelde een korte maar niet geheel oninteressante remise tegen Cor de Zwart.
Murphy won daarna verrassend op het achtste bord zijn partij nadat hij eerder een mindere positie had moeten verdedigen. Hierop volgden verliespartijen van Peter tegen Theo Hoogesteeger en van Leo tegen Martin Noordijk. 3.5-2.5 in ons nadeel met nog twee partijen te gaan. Marco tegen Gerard Kastelijn en Frank tegen Frans Vreugdenhil.
Marco speelde met zwart en had zijn veelbelovende stelling met één zet om zeep geholpen. Gerard Kastelijn kreeg materieel voordeel en won het eindspel uiteindelijk, met enige moeite.
Frank had een pionneneindspel bereikt dat ons omstanders remise leek, maar Frank had verder gekeken en wist de stelling zodanig te compliceren, dat Frans Vreugdenhil teveel tijd nodig had om de varianten door te kunnen rekenen. Met de vlag op vallen in verloren positie gaf hij zich gewonnen: 3.5-4.5 voor Rotterdam.
Exit promotieklasse. Maar we zullen daar ongetwijfeld nog eens terugkeren. Laten we ons geen zorgen maken!
Om af te ronden: nogmaals dank aan Charlois voor hun gastvrije ontvangst in hun Groene Zaal (waar prima te schaken is hoor) en uiteraard wensen wij ook Gerard Kool en zijn team veel succes op het Europees Kampioenschap in Oostenrijk. Zo sportief zijn we ook wel weer.
Tenslotte nog dit: op de site van Charlois heeft de Filip Borst (die voorzitter is, en kennelijk een enorme drive heeft om zich als voorzitter te profileren) het in een zeer lang stuk (ik kan het ook anders zeggen, maar doe het niet) erover dat: Spelers uit de promotieklasse (-) niet het fatsoen hadden op beslissende momenten hun muil te houden. Dit lijkt me, afgezien van de weinig subtiele formulering, niet helemaal in de geest van de avond. Te beslissen was er namelijk niets meer, omdat ook Charlois 3 al lang kampioen was – en de wedstrijden in de promotieklasse ook gedaan waren. En het stilhouden van zo’n zaaltje met waarin 60 veelal drinkende mensen om elf uur op een vrijdagavond lijkt me ook een redelijke illusoir. Dat je het maar eventjes weet.
Groeten, Rick
maandag 23 maart 2009
Hypercube 2009
Om acht uur afgelopen zaterdagochtend toog ik naar Utrecht om daar zo snel mogelijk de bittere en onverwachte nederlaag van de avond ervoor tegen Charlois Europoort weg te gaan sp(o)elen.
Op het gemak wandelend op het zonnige Weena richting Centraal Station liet ik de noodlottige vrijdagavond nog eens aan mij passeren. Waar ligt dat nou toch aan dat Rokado bij die club uit zuid die met de dag meer praatjes krijgt, steeds met zulke gênant dikke cijfers moet verliezen. Vorig jaar werd het zelfs 4-0 voor de beker, 6.5-1.5 tijdens de 2e ronde van de RSB-competitie en gisterenavond dus 3-1 tijdens de halve bekerfinale. Als beginners worden we afgeslacht. Schaaktechnische redenen kunnen het niet zijn, zou je denken. Kwaliteit hebben we genoeg. Wat is het dan? Ligt het dan misschien aan die zaal daar dat het nooit eens lukt? Aan die smerig groen geverfde bovenzaal van centrum De Passage in dat meest desolate stukje Rotterdam dat Pendrecht heet? Ze kunnen die zaal beter meteen (het is maar een suggestie) de Kermit de Kikker-zaal noemen. Dan weten de uitspelende teams tenminste wat ze te wachten staat.
Als je d’r altijd speelt zul je er wel aan wennen en er op den duur niet meer op letten, maar voor bezoekende teams blijft het een ware beproeving, al dat felle groen. De muren gifgroen, de stoelen gifgroen, de banken gifgroen…gillend gek word je ervan. Charlois begint op die manier zijn thuiswedstrijden dus altijd met groot voordeel aan de partijen. En dat voordeel zou afgelopen vrijdag dus wel eens de reden geweest zijn van een nieuwe walk-over tegen ons clubje. Het is natuurlijk maar een theorie…en ik misgun Charlois natuurlijk niets, maar toch klopt er iets niet.
Enfin, deze zaterdagochtend, het begin van de eerste lentedag, was dus stralend begonnen. Precies het weer waarbij je alles kunt gaan doen behalve een hele dag binnen zitten om een snelschaaktoernooi te gaan spelen. En precies dat was ik dus van plan. En het toernooi waarnaar ik op weg was: het Hypercube-toernooi 2009, georganiseerd door Schaakvereniging Utrecht, dat net als vorige jaren weer gehouden werd in de grote, lichte bovenruimte van Nationaal Denksportcentrum Den Hommel waar je een mooi rustig uitzicht hebt op het kabbelende Amsterdam-Rijnkanaal en de boogbrug die daarover richting de Meern voert.
Sponsor van het toernooi opnieuw de consultants van Hypercube, het bedrijf van Utrecht-voorzitter Pieter Nieuwenhuijs dat duurbetaalde adviezen verstrekt aan diverse overheden. De kredietcrisis wordt er, gelukkig, kennelijk nog niet in de portemonnee gevoeld.
Vorig jaar had ik al mee zullen doen, maar juist toen stak de NS daar een stokje voor en liet men bij Gouda een trein ontsporen zodat het me niet lukte om tijdig in Utrecht te zijn en me in de speelzaal aan te melden. Maar deze zaterdag zou ik me zeker niet laten afpakken.
In een grijs geworden verleden, ik denk al zo’n twintig jaar geleden, had ik al eens meegedaan aan dit jaarlijkse toernooi in Utrecht, samen met Bert Heemskerk en weet nog dat ik na afloop van een zware dag snelschaken en vooral heel veel verliezen, compleet daas en uitgewoond was. Benieuwd hoe het vandaag zou uitpakken, zo lang na dato.
Het leuke van Hypercube is dat het zo ijzersterk bezet is. Als je wilt weten hoe sterk je eigenlijk bent met snelschaken (in vijf minuten partijtjes) is Utrecht hét toernooi om dat te testen.
In het verslag van het toernooi van zaterdag j.l. dat bewonderenswaardig snel en bekwaam vervaardigd werd door Robert Beekman, las ik dat er dit jaar 130 deelnemers op het toernooi afgekomen waren met een gemiddelde rating van 2100. Het veld was dus sterker dan ooit. De mindere schakers, ook wel kneuzen genoemd, wisten wat hen te wachten zou staan en lieten het verstandig massaal afweten.
De formule van het toernooi is al jaren hetzelfde. Eerst een kwalificatieronde in groepen van ongeveer 20 man, en vervolgens daarna finalerondes die ingedeeld zijn op basis van de behaalde resultaten in de voorronde.
Zo mocht ik het in de kwalificatieronde onder andere opnemen tegen het Nederlandse talent Matthew Tan (2330), Richard Vedder (2314), de Rus Dmitri Saulin (2435), Manuel Bosboom (2412) en tegen de Rus Vladimir Episjin(2587). Dit leverde in vijf partijen evenzoveel nullen op, maar de partijen tegen Bosboom en Episjin waren leuk en redelijk spannend en werden pas beslist bij het vallen van de vlaggen. Tegen Richard Vedder werd ik geflest in het eindspel toen ik, met koning en pion. en hij, alleen met koning en paard, door mijn vlag ging. Nou in ieder geval remise dan, verzuchtte ik. Remise? Dat mocht je willen, meldde Vedder, die vervolgens het punt claimde dat hij ook kreeg. Had ik de pion niet meer gehad of had ik de pion snel kunnen promoveren dan zou de puntdeling wel een feit geweest zijn. Nu dus niet.
Ik kwam in finalegroep D terecht en scoorde daar 10.5 uit 16. Een score in een veld van 2100+ spelers waar ik tevreden mee kan zijn. En een mooi ijkpunt voor volgend jaar, wanneer ik natuurlijk weer beter zal zijn en zeker van plan ben om weer mee te doen. Ik eindigde behoorlijk hoger dan recente winnaar van het O.K. Hoeksewaard Hans Hollander die na een moeilijke voorronde met een schamel puntenaantal in de een na laagste groep F belandde. Verder herkende ik weinig spelers die actief zijn vanuit de RSB. Wel was er PK runner-up Bonno Pel die weliswaar heel knap finalegroep A bereikte, maar het daar zwaar te verduren had en maar drie punten bij elkaar sprokkelde.
De hoofdprijs van 1000 euro had een hele rits titelhouders naar Utrecht gelokt. Er waren op voorhand een aantal favorieten. Zeer sterke broodspelers als Daniel Fridman, Bogdan Lalic en Vladimir Episjin die het van dit soort toernooien moeten hebben, waren aanwezig.
Vladimir Episjin in actie (foto van website SV Utrecht)
Sterke schakers maar onder hen ook enige vreemde vogels, als ik zo vrij mag zijn Zo kon ik me bij het zien Lalic onwillekeurig niet aan de indruk onttrekken dat hij die ochtend net uit een kartonnen doos was gekropen. En wat te denken van Episjin. Een sterke, klassieke schaker die destijds zelfs secondant van Karpov was. Maar wat een ongelikte beer. Zo kom je ze toch zelden tegen. De jonge Nederlandse meester Wouter Spoelman was zo brutaal geweest om hem in de finalegroep met wit te verslaan.”Don't fucking smile, you …(verder onverstaanbaar)”, beet hij Wouter woedend toe die een beschaafd glimlachje net na afloop van de partij niet onderdrukken kon. Espisjin zette zijn onafscheidelijke alpinopet nog eens goed op zijn hoofd en beende driftig met zwaar afgezakte spijkerbroek weg van plaats des onheils. De enige dame die zich kwalificeerde voor de finalegroep A was de vriendin van Fridman: Anna Zatonskih. Ze kon daar geen rol van betekenis spelen. Toen ik haar zo verbeten zag spelen zaterdag moest ik denken aan dat kostelijke filmpje dat op internet te vinden is, en waarin ze met Irina Krush een beslissingspartij speelt die in een complete catfight ontaardt! Schitterend.
Overallwinnaar werd uiteindelijk de Russische grootmeester Andrei Orlov, gevolgd door Lalic, Episjin, Dgebuadze en Fridman.
Het krankzinnig slot van een partij in de finale-groep A tussen Manuel Bosboom en de Oezbeek Mihail Saltaev heb ik met mijn camera'tje hier vastgelegd. Let op hoe Manuel bij alle hectiek zelfs nog de gelegenheid vindt om een remiseaanbod uit te brengen dat Saltaev direct met een kordaat Nein afwijst.
Voor een perfect verslag van de dag door Robert Beekman inclusief eindstanden verwijs ik graag naar de site van SV Utrecht.
Rick
Op het gemak wandelend op het zonnige Weena richting Centraal Station liet ik de noodlottige vrijdagavond nog eens aan mij passeren. Waar ligt dat nou toch aan dat Rokado bij die club uit zuid die met de dag meer praatjes krijgt, steeds met zulke gênant dikke cijfers moet verliezen. Vorig jaar werd het zelfs 4-0 voor de beker, 6.5-1.5 tijdens de 2e ronde van de RSB-competitie en gisterenavond dus 3-1 tijdens de halve bekerfinale. Als beginners worden we afgeslacht. Schaaktechnische redenen kunnen het niet zijn, zou je denken. Kwaliteit hebben we genoeg. Wat is het dan? Ligt het dan misschien aan die zaal daar dat het nooit eens lukt? Aan die smerig groen geverfde bovenzaal van centrum De Passage in dat meest desolate stukje Rotterdam dat Pendrecht heet? Ze kunnen die zaal beter meteen (het is maar een suggestie) de Kermit de Kikker-zaal noemen. Dan weten de uitspelende teams tenminste wat ze te wachten staat.
Als je d’r altijd speelt zul je er wel aan wennen en er op den duur niet meer op letten, maar voor bezoekende teams blijft het een ware beproeving, al dat felle groen. De muren gifgroen, de stoelen gifgroen, de banken gifgroen…gillend gek word je ervan. Charlois begint op die manier zijn thuiswedstrijden dus altijd met groot voordeel aan de partijen. En dat voordeel zou afgelopen vrijdag dus wel eens de reden geweest zijn van een nieuwe walk-over tegen ons clubje. Het is natuurlijk maar een theorie…en ik misgun Charlois natuurlijk niets, maar toch klopt er iets niet.
Enfin, deze zaterdagochtend, het begin van de eerste lentedag, was dus stralend begonnen. Precies het weer waarbij je alles kunt gaan doen behalve een hele dag binnen zitten om een snelschaaktoernooi te gaan spelen. En precies dat was ik dus van plan. En het toernooi waarnaar ik op weg was: het Hypercube-toernooi 2009, georganiseerd door Schaakvereniging Utrecht, dat net als vorige jaren weer gehouden werd in de grote, lichte bovenruimte van Nationaal Denksportcentrum Den Hommel waar je een mooi rustig uitzicht hebt op het kabbelende Amsterdam-Rijnkanaal en de boogbrug die daarover richting de Meern voert.
Sponsor van het toernooi opnieuw de consultants van Hypercube, het bedrijf van Utrecht-voorzitter Pieter Nieuwenhuijs dat duurbetaalde adviezen verstrekt aan diverse overheden. De kredietcrisis wordt er, gelukkig, kennelijk nog niet in de portemonnee gevoeld.
Vorig jaar had ik al mee zullen doen, maar juist toen stak de NS daar een stokje voor en liet men bij Gouda een trein ontsporen zodat het me niet lukte om tijdig in Utrecht te zijn en me in de speelzaal aan te melden. Maar deze zaterdag zou ik me zeker niet laten afpakken.
In een grijs geworden verleden, ik denk al zo’n twintig jaar geleden, had ik al eens meegedaan aan dit jaarlijkse toernooi in Utrecht, samen met Bert Heemskerk en weet nog dat ik na afloop van een zware dag snelschaken en vooral heel veel verliezen, compleet daas en uitgewoond was. Benieuwd hoe het vandaag zou uitpakken, zo lang na dato.
Het leuke van Hypercube is dat het zo ijzersterk bezet is. Als je wilt weten hoe sterk je eigenlijk bent met snelschaken (in vijf minuten partijtjes) is Utrecht hét toernooi om dat te testen.
In het verslag van het toernooi van zaterdag j.l. dat bewonderenswaardig snel en bekwaam vervaardigd werd door Robert Beekman, las ik dat er dit jaar 130 deelnemers op het toernooi afgekomen waren met een gemiddelde rating van 2100. Het veld was dus sterker dan ooit. De mindere schakers, ook wel kneuzen genoemd, wisten wat hen te wachten zou staan en lieten het verstandig massaal afweten.
De formule van het toernooi is al jaren hetzelfde. Eerst een kwalificatieronde in groepen van ongeveer 20 man, en vervolgens daarna finalerondes die ingedeeld zijn op basis van de behaalde resultaten in de voorronde.
Zo mocht ik het in de kwalificatieronde onder andere opnemen tegen het Nederlandse talent Matthew Tan (2330), Richard Vedder (2314), de Rus Dmitri Saulin (2435), Manuel Bosboom (2412) en tegen de Rus Vladimir Episjin(2587). Dit leverde in vijf partijen evenzoveel nullen op, maar de partijen tegen Bosboom en Episjin waren leuk en redelijk spannend en werden pas beslist bij het vallen van de vlaggen. Tegen Richard Vedder werd ik geflest in het eindspel toen ik, met koning en pion. en hij, alleen met koning en paard, door mijn vlag ging. Nou in ieder geval remise dan, verzuchtte ik. Remise? Dat mocht je willen, meldde Vedder, die vervolgens het punt claimde dat hij ook kreeg. Had ik de pion niet meer gehad of had ik de pion snel kunnen promoveren dan zou de puntdeling wel een feit geweest zijn. Nu dus niet.
Ik kwam in finalegroep D terecht en scoorde daar 10.5 uit 16. Een score in een veld van 2100+ spelers waar ik tevreden mee kan zijn. En een mooi ijkpunt voor volgend jaar, wanneer ik natuurlijk weer beter zal zijn en zeker van plan ben om weer mee te doen. Ik eindigde behoorlijk hoger dan recente winnaar van het O.K. Hoeksewaard Hans Hollander die na een moeilijke voorronde met een schamel puntenaantal in de een na laagste groep F belandde. Verder herkende ik weinig spelers die actief zijn vanuit de RSB. Wel was er PK runner-up Bonno Pel die weliswaar heel knap finalegroep A bereikte, maar het daar zwaar te verduren had en maar drie punten bij elkaar sprokkelde.
De hoofdprijs van 1000 euro had een hele rits titelhouders naar Utrecht gelokt. Er waren op voorhand een aantal favorieten. Zeer sterke broodspelers als Daniel Fridman, Bogdan Lalic en Vladimir Episjin die het van dit soort toernooien moeten hebben, waren aanwezig.
Vladimir Episjin in actie (foto van website SV Utrecht)Sterke schakers maar onder hen ook enige vreemde vogels, als ik zo vrij mag zijn Zo kon ik me bij het zien Lalic onwillekeurig niet aan de indruk onttrekken dat hij die ochtend net uit een kartonnen doos was gekropen. En wat te denken van Episjin. Een sterke, klassieke schaker die destijds zelfs secondant van Karpov was. Maar wat een ongelikte beer. Zo kom je ze toch zelden tegen. De jonge Nederlandse meester Wouter Spoelman was zo brutaal geweest om hem in de finalegroep met wit te verslaan.”Don't fucking smile, you …(verder onverstaanbaar)”, beet hij Wouter woedend toe die een beschaafd glimlachje net na afloop van de partij niet onderdrukken kon. Espisjin zette zijn onafscheidelijke alpinopet nog eens goed op zijn hoofd en beende driftig met zwaar afgezakte spijkerbroek weg van plaats des onheils. De enige dame die zich kwalificeerde voor de finalegroep A was de vriendin van Fridman: Anna Zatonskih. Ze kon daar geen rol van betekenis spelen. Toen ik haar zo verbeten zag spelen zaterdag moest ik denken aan dat kostelijke filmpje dat op internet te vinden is, en waarin ze met Irina Krush een beslissingspartij speelt die in een complete catfight ontaardt! Schitterend.
Overallwinnaar werd uiteindelijk de Russische grootmeester Andrei Orlov, gevolgd door Lalic, Episjin, Dgebuadze en Fridman.
Het krankzinnig slot van een partij in de finale-groep A tussen Manuel Bosboom en de Oezbeek Mihail Saltaev heb ik met mijn camera'tje hier vastgelegd. Let op hoe Manuel bij alle hectiek zelfs nog de gelegenheid vindt om een remiseaanbod uit te brengen dat Saltaev direct met een kordaat Nein afwijst.
Voor een perfect verslag van de dag door Robert Beekman inclusief eindstanden verwijs ik graag naar de site van SV Utrecht.
Rick
dinsdag 17 maart 2009
Verdiende winst op Krimpen aan den IJssel: 3.5-4.5
De uitwedstrijd tegen het sterke eerste team van Krimpen aan de IJssel, tot voor deze wedstrijd nog serieus promotiekandidaat, bood Rokado een laatste mogelijkheid om vage overlevingskansen in stand te houden. En op het moment dat het moest, gebeurde het ook: we wonnen de wedstrijd verdiend met 3.5-4.5. Cijfers die meer spanning suggereren dan er in feite geweest is.
Op de heenweg fietsend naar Krimpen aan de IJssel, terwijl het donker begon te worden, kwam ik stomtoevallig de persoon tegen die Rokado een jaar of 35 geleden van zijn pakkende naam voorzag. Stram en moeizaam joggend, dof voor zich uit starend bewoog hij zich voort langs de Maasboulevard. Het was het sjokken van een vijftiger. En een vijftiger zal hij onderhand ook wel zijn, Francisco van Jole, journalist en televisiebekendheid, maar ook jongste zoon van onze voormalige voorzitter Guillermo van Jole. Zou dat nou iets te betekenen hebben, vroeg ik me de hele fietsrit van ruim 12 kilometer af, op weg naar een wedstrijd van Rokado, of was het gewoon stom toeval? Waarschijnlijk het laatste.
De partij van deze match die voor mij het meest tot de verbeelding sprak was die tussen Hans, dit jaar in geweldige vorm stekend, en de met afstand beste speler van Krimpen: Harold van Dijk (2253), een leeftijdgenoot die ik nog ken uit de tijd dat hij heerste op de PJK’s van de RSB. Hans speelde met zwart, offerde in de opening wat pionnen en ging op zoek naar tegenspel in wits stelling waarin zich nogal wat zwaktes bevonden. Met subtiele kleine zetjes pareerde Van Dijk de offensieve intenties van Hans en manoeuvreerde vervolgens magistraal naar groot voordeel en winst van de partij. Het leek verdomme wel een computer, sprak Hans na afloop op zijn manier waarderend over het spel van zijn tegenstander.
Theo werd snel en met harde hand door Hans van Nieuwenhuizen (1966) van het zesde bord gezet, waarop remises volgden van Marco, die een witte koningsaanval van Peter Glissenaar (1946) netjes pareerde en gemakkelijk de puntdeling bereikte, en Peter die geen risico nam in vermoedelijk iets betere stelling.
Met wit kon ik toch nog iets maken van een vrij tamme stelling die na de opening was ontstaan. Rob van Keulen (2083) creëerde een zwakte op zijn damevleugel, waar ik later in de partij een beslissende piondoorbraak kon forceren die zwart alleen kon stoppen door het geven van een stuk:
Stelling Rick - van Keulen na 21...a6?
Er volgde: 22.a5! (wits vrije b-pion is nu nauwelijks af te stoppen) Pxb5 23.axb6 Ped6 24.Pa5 Tb8 25.Tc6 e5 26.Pdb3 exd4 27.Pc5 Ke7 28.Pxa6 Ta8 29.b7 Pxb7 30.Pxb7 dxe3 31.Kxe3 Kd7 32.Tb6 Pc7 en zwart ging in deze verloren stelling door zijn vlag: 1-0
Frank won met wit van Joop Huijzer (1955) in een eindspel met zware stukken, en wist daarin tot een onweerstaanbare koningsaanval te komen. Frank gaat super dit jaar. Hij heeft dit jaar het meeste punten voor Rokado gepakt en doet dat gewoonlijk zoals hij dat ook gisteren deed: niet spectaculair, vrijwel onopgemerkt, maar wel zo effectief en nauwkeurig.
Leo haalde het vierde punt van de avond binnen en zijn vroeg in de partij tegen Bert van Brussel (1862) verkregen materiele voorsprong en betere stelling in het eindspel om te zetten in een klinkend en cruciaal punt voor Rokado.
Matchwinnaar werd Rex van Dijken die zijn eerste halfje voor Rokado binnenschoof, na eerder het vredesaanbod van zijn tegenstander naast zich neergelegd te hebben. De stelling in zijn partij tegen Marcel Glissenaar (2021) was aan het eind van de avond dan ook echt potremise, de pionnen stonden muurvast tegenover elkaar en forceren door één van de partijen zou harakiri betekend hebben. Het redelijk doelloos verplaatsen van stukken achter de vastgeschoven pionnenmassa was het enige dat resteerde met remise als logisch gevolg.
Daarmee wonnen we de wedstrijd van Krimpen met 4.5-3.5. Kansen op lijfsbehoud blijven dus aanwezig! Of dat gaat lukken zal vermoedelijk pas beslist worden in de laatste wedstrijd tegen S.O. Rotterdam op 3 april a.s.
Rick
Op de heenweg fietsend naar Krimpen aan de IJssel, terwijl het donker begon te worden, kwam ik stomtoevallig de persoon tegen die Rokado een jaar of 35 geleden van zijn pakkende naam voorzag. Stram en moeizaam joggend, dof voor zich uit starend bewoog hij zich voort langs de Maasboulevard. Het was het sjokken van een vijftiger. En een vijftiger zal hij onderhand ook wel zijn, Francisco van Jole, journalist en televisiebekendheid, maar ook jongste zoon van onze voormalige voorzitter Guillermo van Jole. Zou dat nou iets te betekenen hebben, vroeg ik me de hele fietsrit van ruim 12 kilometer af, op weg naar een wedstrijd van Rokado, of was het gewoon stom toeval? Waarschijnlijk het laatste.
De partij van deze match die voor mij het meest tot de verbeelding sprak was die tussen Hans, dit jaar in geweldige vorm stekend, en de met afstand beste speler van Krimpen: Harold van Dijk (2253), een leeftijdgenoot die ik nog ken uit de tijd dat hij heerste op de PJK’s van de RSB. Hans speelde met zwart, offerde in de opening wat pionnen en ging op zoek naar tegenspel in wits stelling waarin zich nogal wat zwaktes bevonden. Met subtiele kleine zetjes pareerde Van Dijk de offensieve intenties van Hans en manoeuvreerde vervolgens magistraal naar groot voordeel en winst van de partij. Het leek verdomme wel een computer, sprak Hans na afloop op zijn manier waarderend over het spel van zijn tegenstander.
Theo werd snel en met harde hand door Hans van Nieuwenhuizen (1966) van het zesde bord gezet, waarop remises volgden van Marco, die een witte koningsaanval van Peter Glissenaar (1946) netjes pareerde en gemakkelijk de puntdeling bereikte, en Peter die geen risico nam in vermoedelijk iets betere stelling.
Met wit kon ik toch nog iets maken van een vrij tamme stelling die na de opening was ontstaan. Rob van Keulen (2083) creëerde een zwakte op zijn damevleugel, waar ik later in de partij een beslissende piondoorbraak kon forceren die zwart alleen kon stoppen door het geven van een stuk:
Stelling Rick - van Keulen na 21...a6?Er volgde: 22.a5! (wits vrije b-pion is nu nauwelijks af te stoppen) Pxb5 23.axb6 Ped6 24.Pa5 Tb8 25.Tc6 e5 26.Pdb3 exd4 27.Pc5 Ke7 28.Pxa6 Ta8 29.b7 Pxb7 30.Pxb7 dxe3 31.Kxe3 Kd7 32.Tb6 Pc7 en zwart ging in deze verloren stelling door zijn vlag: 1-0
Frank won met wit van Joop Huijzer (1955) in een eindspel met zware stukken, en wist daarin tot een onweerstaanbare koningsaanval te komen. Frank gaat super dit jaar. Hij heeft dit jaar het meeste punten voor Rokado gepakt en doet dat gewoonlijk zoals hij dat ook gisteren deed: niet spectaculair, vrijwel onopgemerkt, maar wel zo effectief en nauwkeurig.
Leo haalde het vierde punt van de avond binnen en zijn vroeg in de partij tegen Bert van Brussel (1862) verkregen materiele voorsprong en betere stelling in het eindspel om te zetten in een klinkend en cruciaal punt voor Rokado.
Matchwinnaar werd Rex van Dijken die zijn eerste halfje voor Rokado binnenschoof, na eerder het vredesaanbod van zijn tegenstander naast zich neergelegd te hebben. De stelling in zijn partij tegen Marcel Glissenaar (2021) was aan het eind van de avond dan ook echt potremise, de pionnen stonden muurvast tegenover elkaar en forceren door één van de partijen zou harakiri betekend hebben. Het redelijk doelloos verplaatsen van stukken achter de vastgeschoven pionnenmassa was het enige dat resteerde met remise als logisch gevolg.
Daarmee wonnen we de wedstrijd van Krimpen met 4.5-3.5. Kansen op lijfsbehoud blijven dus aanwezig! Of dat gaat lukken zal vermoedelijk pas beslist worden in de laatste wedstrijd tegen S.O. Rotterdam op 3 april a.s.
Rick
zondag 8 maart 2009
Hans Hollander pakt titel OK Hoekse Waard 2009
De in Rotterdam woonachtige huisschaker Hans Hollander, tot gisteren onbekend in Hoeksewaardse contreien, heeft zich zaterdag verrassend ontfermd over de wisselbeker behorend bij de eerste plaats in het open kampioenschap van de Hoekse Waard 2009.
Verrassend, maar verdiend met een puike score van 6 uit 7. In de laatste en beslissende ronde won hij overtuigend van Peter Luyendijk die tot op dat moment met een halfje achterstand de tweede plaats in de rangschikking innam en bij winst zich dus nog had kunnen verzekeren van de ongedeelde toernooiwinst. Helaas mocht het voor Peter niet zo zijn. Al vroeg in de partij moest hij een stuk inboeten, waarna hij zich geen serieuze tegenkansen meer vermocht te scheppen.
Hollander is een nog vrij jonge speler die min of meer gestopt is als clubschaker, maar nog wel op internet actief is en daar veel speelt op de server Freechess (vergelijkbaar met Playchess of het nog veel betere ICC, maar dan gratis). In een grijs verleden, meer dan tien jaar geleden had hij een KNSB-rating van ergens in de 1900, zo vertelde hij achteraf.
(Enig speurwerk op de geweldige site van Mark Huizer leverde wat preciezere info op: Hans Hollander was eind jaren negentig lid van het inmiddels ter ziele gegane NRSG Wilhelm Steinitz en later van SO-Rotterdam. Vanaf eind 2007 is hij daar geen lid meer. Zijn hoogste rating met 1904 bereikte hij in 2006)
Er waren gisteren zo’n 35 deelnemers afgekomen op dit fraaie regionale toernooi, voor de vierde keer gehouden in de mooie zaal “De Vijf Schelpen” in Mijnsheerenland met uitzicht op de gisteren wat onstuimige Binnenmaas.
De KNSB-competitieplanning hield geen rekening met dit toernooi (vreemd!), evenmin als de Limburgse en Brabantse bond dat deden, en zo kon het gebeuren dat er bijzonder weinig echt sterke schakers aanwezig waren. Geen Hans, Marco, Leo. Ook geen spelers uit Goeree-Overflakkee die dit toernooi in het verleden toch geregeld aandeden, en verder dus ook geen sterke KNSB-spelers. Van Rokado waren eerder genoemde Peter Luijendijk, Theo en ik aanwezig. Voorts vooral regionale clubspelers van verenigingen als Springend Peert en SV Hoeksewaard. Daarnaast de gebruikelijke toernooi-junks-op-leeftijd, enige jeugdspelers en tot mijn verbazing zag ik ’s-ochtends ook het bekende schaakechtpaar (WGM) Corry en Piet Vreeken de speelzaal binnenschrijden.
Kortom, in gedachten had ik het toernooi al op mijn naam geschreven. Dat het toch wat lastiger zou worden, werd mij duidelijk toen ik in de tweede ronde tegen de uiteraard ook weer aanwezige toernooitijger Jan van Elburg bij vol daglicht een kwaliteit wegblunderde, dat leidde tot nog veel meer materiaalverlies en een volstrekt, maar dan ook volstrekt verloren stelling. Van Elburg verbijsterde mij hier met een remiseaanbod dat ik direct en dankbaar aanvaardde: Dit win je achter elkaar, zei ik hem direct na afloop. Ja, zei hij, maar tegen jou durf ik dat niet aan. Nou ja! Welk een volstrekt misplaatst respect. Een geheel onverdiend halfje was toch nog mijn deel.
Toen er een paar rondes later tegen Gerard Kastelein weer eens heibel ontstond omdat ik een remiseachtig eindspel (ongelijke lopers en pion meer) op tijd probeerde te winnen en er geen ter zake kundige wedstrijdleider aanwezig bleek te zijn om de kwestie te settelen, gaf ik uit armoede maar remise om de gemoederen niet al te zeer te laten verhitten. Want omstanders die geen bal met deze kwestie te maken hadden, konden het uiteraard niet laten om hun geheel niet op kennis stoelende meninkjes luidruchtig te moeten debiteren. Prutsers zijn jullie en niks meer en in het vervolg stamp ik iedereen door de vlag wanneer ik dat maar wil. Als je dat maar weet.
Maar intussen hadden mijn titelkansen dus ernstige averij opgelopen. Geheel de nek werden ze door mijzelf omgedraaid in de partij van de vijfde ronde tegen de jeugdspeler Tom Beeren (1743) van Botwinnik uit Zoetermeer, die een afzichtelijke openingsblunder van mij afstrafte voordat de partij goed en wel begonnen was en verder bekwaam en foutloos naar winst afwikkelde.
Tijd dus om samen met Theo aan het bier te gaan (het was een uur of twee, dus geen elf uur in de ochtend waarop sommige van mijn clubgenoten tijdens toernooien al hun heil tot de alcohol schijnen te zoeken – dus we hielden het absoluut beschaafd). Theo had een ronduit dramatische start met 1.5 punt uit 4, onder andere met een verlies tegen Hans van ’t Hof van Springend Peert, maar kwam na de pauze terug (dankzij het bier?) met 3 uit 3, waardoor zijn eindscore van 4.5 uit 7 toch nog enigszins draaglijk werd.
Eerste werd dus uiteindelijk zoals gezegd na 7 ronden de vooral op internet actieve schaker Hans Hollander uit Rotterdam. Tweede werd verrassend Springend Peert veteraan Ed Lammens met 5.5 die in de laatste ronde in een hectisch pionneneindspel op routine van de nerveuze Tom Beeren won en daarmee eerste werd in de B-groep en ook nog boven mij eindigde. Ik haalde vijf punten, en op weerstandspunten was dit voldoende voor de tweede prijs in de A-groep. Peter eindigde derde, zijn bye in de eerste ronde had zijn weerstandspunten geen goed gedaan.
De organisatie was weer in vertrouwde handen van het Springend Peert. Dank aan het adres van Arjo van Dijk voor de wedstrijdleiding. Hij nam de plaats in van Ralph Zwart die een dag eerder net in het huwelijk getreden was. Mis ging het zaterdag eigenlijk alleen een paar keer toen de computer raar deed bij de indeling en mensen aan de borden werden geconfronteerd met gezichten tegenover zich die, als ze zich niet vergisten, toch echt ook al een ronde daarvoor voor zich hadden gezien…enfin, alles kwam tenslotte uiteraard goed. En Hans van ’t Hof, die zeer vakkundig het woord vooraf en de prijsuitreiking voor zijn rekening nam, meldde alvast dat het volgend jaar absoluut de bedoeling is om in de eerste week van maart opnieuw een OK op dezelfde locatie te houden. Tip van mij in deze, uiteraard geheel vrijblijvend: maak het toernooi wat competatiever, geef er wat meer sjeu aan en stel het volgende toernooi vast op een zaterdag in februari of maart waarop geen KNSB-competitieronde gespeeld wordt. Wanneer je het prijzengeld dan nog iets attractiever maakt, kun je zo rekenen op 70 man en een aanzienlijk sterkere bezetting. Als dat is wat je wilt uiteraard! Maar die keuze is uiteraard geheel aan de organisatie. Wanneer je het toernooi echt Hoeksewaards en regionaal wilt houden, is dat vanzelfsprekend ook geheel legitiem en volstrekt verdedigbaar.
Er staat hier ook een verslag op de site van Springend Peert inclusief een aantal foto's van Arjan Verkerk. In het verslag wordt verrassend gewag gemaakt van "een sterk deelnemersveld".
Rick
Verrassend, maar verdiend met een puike score van 6 uit 7. In de laatste en beslissende ronde won hij overtuigend van Peter Luyendijk die tot op dat moment met een halfje achterstand de tweede plaats in de rangschikking innam en bij winst zich dus nog had kunnen verzekeren van de ongedeelde toernooiwinst. Helaas mocht het voor Peter niet zo zijn. Al vroeg in de partij moest hij een stuk inboeten, waarna hij zich geen serieuze tegenkansen meer vermocht te scheppen.
Hollander is een nog vrij jonge speler die min of meer gestopt is als clubschaker, maar nog wel op internet actief is en daar veel speelt op de server Freechess (vergelijkbaar met Playchess of het nog veel betere ICC, maar dan gratis). In een grijs verleden, meer dan tien jaar geleden had hij een KNSB-rating van ergens in de 1900, zo vertelde hij achteraf.
(Enig speurwerk op de geweldige site van Mark Huizer leverde wat preciezere info op: Hans Hollander was eind jaren negentig lid van het inmiddels ter ziele gegane NRSG Wilhelm Steinitz en later van SO-Rotterdam. Vanaf eind 2007 is hij daar geen lid meer. Zijn hoogste rating met 1904 bereikte hij in 2006)
Er waren gisteren zo’n 35 deelnemers afgekomen op dit fraaie regionale toernooi, voor de vierde keer gehouden in de mooie zaal “De Vijf Schelpen” in Mijnsheerenland met uitzicht op de gisteren wat onstuimige Binnenmaas.
De KNSB-competitieplanning hield geen rekening met dit toernooi (vreemd!), evenmin als de Limburgse en Brabantse bond dat deden, en zo kon het gebeuren dat er bijzonder weinig echt sterke schakers aanwezig waren. Geen Hans, Marco, Leo. Ook geen spelers uit Goeree-Overflakkee die dit toernooi in het verleden toch geregeld aandeden, en verder dus ook geen sterke KNSB-spelers. Van Rokado waren eerder genoemde Peter Luijendijk, Theo en ik aanwezig. Voorts vooral regionale clubspelers van verenigingen als Springend Peert en SV Hoeksewaard. Daarnaast de gebruikelijke toernooi-junks-op-leeftijd, enige jeugdspelers en tot mijn verbazing zag ik ’s-ochtends ook het bekende schaakechtpaar (WGM) Corry en Piet Vreeken de speelzaal binnenschrijden.
Kortom, in gedachten had ik het toernooi al op mijn naam geschreven. Dat het toch wat lastiger zou worden, werd mij duidelijk toen ik in de tweede ronde tegen de uiteraard ook weer aanwezige toernooitijger Jan van Elburg bij vol daglicht een kwaliteit wegblunderde, dat leidde tot nog veel meer materiaalverlies en een volstrekt, maar dan ook volstrekt verloren stelling. Van Elburg verbijsterde mij hier met een remiseaanbod dat ik direct en dankbaar aanvaardde: Dit win je achter elkaar, zei ik hem direct na afloop. Ja, zei hij, maar tegen jou durf ik dat niet aan. Nou ja! Welk een volstrekt misplaatst respect. Een geheel onverdiend halfje was toch nog mijn deel.
Toen er een paar rondes later tegen Gerard Kastelein weer eens heibel ontstond omdat ik een remiseachtig eindspel (ongelijke lopers en pion meer) op tijd probeerde te winnen en er geen ter zake kundige wedstrijdleider aanwezig bleek te zijn om de kwestie te settelen, gaf ik uit armoede maar remise om de gemoederen niet al te zeer te laten verhitten. Want omstanders die geen bal met deze kwestie te maken hadden, konden het uiteraard niet laten om hun geheel niet op kennis stoelende meninkjes luidruchtig te moeten debiteren. Prutsers zijn jullie en niks meer en in het vervolg stamp ik iedereen door de vlag wanneer ik dat maar wil. Als je dat maar weet.
Maar intussen hadden mijn titelkansen dus ernstige averij opgelopen. Geheel de nek werden ze door mijzelf omgedraaid in de partij van de vijfde ronde tegen de jeugdspeler Tom Beeren (1743) van Botwinnik uit Zoetermeer, die een afzichtelijke openingsblunder van mij afstrafte voordat de partij goed en wel begonnen was en verder bekwaam en foutloos naar winst afwikkelde.
Tijd dus om samen met Theo aan het bier te gaan (het was een uur of twee, dus geen elf uur in de ochtend waarop sommige van mijn clubgenoten tijdens toernooien al hun heil tot de alcohol schijnen te zoeken – dus we hielden het absoluut beschaafd). Theo had een ronduit dramatische start met 1.5 punt uit 4, onder andere met een verlies tegen Hans van ’t Hof van Springend Peert, maar kwam na de pauze terug (dankzij het bier?) met 3 uit 3, waardoor zijn eindscore van 4.5 uit 7 toch nog enigszins draaglijk werd.
Eerste werd dus uiteindelijk zoals gezegd na 7 ronden de vooral op internet actieve schaker Hans Hollander uit Rotterdam. Tweede werd verrassend Springend Peert veteraan Ed Lammens met 5.5 die in de laatste ronde in een hectisch pionneneindspel op routine van de nerveuze Tom Beeren won en daarmee eerste werd in de B-groep en ook nog boven mij eindigde. Ik haalde vijf punten, en op weerstandspunten was dit voldoende voor de tweede prijs in de A-groep. Peter eindigde derde, zijn bye in de eerste ronde had zijn weerstandspunten geen goed gedaan.
De organisatie was weer in vertrouwde handen van het Springend Peert. Dank aan het adres van Arjo van Dijk voor de wedstrijdleiding. Hij nam de plaats in van Ralph Zwart die een dag eerder net in het huwelijk getreden was. Mis ging het zaterdag eigenlijk alleen een paar keer toen de computer raar deed bij de indeling en mensen aan de borden werden geconfronteerd met gezichten tegenover zich die, als ze zich niet vergisten, toch echt ook al een ronde daarvoor voor zich hadden gezien…enfin, alles kwam tenslotte uiteraard goed. En Hans van ’t Hof, die zeer vakkundig het woord vooraf en de prijsuitreiking voor zijn rekening nam, meldde alvast dat het volgend jaar absoluut de bedoeling is om in de eerste week van maart opnieuw een OK op dezelfde locatie te houden. Tip van mij in deze, uiteraard geheel vrijblijvend: maak het toernooi wat competatiever, geef er wat meer sjeu aan en stel het volgende toernooi vast op een zaterdag in februari of maart waarop geen KNSB-competitieronde gespeeld wordt. Wanneer je het prijzengeld dan nog iets attractiever maakt, kun je zo rekenen op 70 man en een aanzienlijk sterkere bezetting. Als dat is wat je wilt uiteraard! Maar die keuze is uiteraard geheel aan de organisatie. Wanneer je het toernooi echt Hoeksewaards en regionaal wilt houden, is dat vanzelfsprekend ook geheel legitiem en volstrekt verdedigbaar.
Er staat hier ook een verslag op de site van Springend Peert inclusief een aantal foto's van Arjan Verkerk. In het verslag wordt verrassend gewag gemaakt van "een sterk deelnemersveld".
Rick
Abonneren op:
Posts (Atom)