zaterdag 12 september 2009

Vlastimil Hort in Zundert

Drie Rokado-spelers waren aanwezig bij de simultaan gegeven afgelopen donderdag 10 september in Zundert, Hans van der Linden, Theo Zoetemeijer en ondergetekende.
Hort had er zin en legde meteen hoog aanvangstempo, door de 1e twee zetten opvoorhand te geven 1. Pc3 .. 2. e4 daar na ging de partij van start.

Mijn partij verliep als volgt:

1.e4 Pf6 2.Pc3 d5 3.e5 d4 4.Pce2 Pg4 5.f4 g6 6.Pf3 c5 7.h3 Ph6 8.g4 Pc6 9.Lg2 Lg7 10.d3 Ld7 11.0-0 Db6 12.Pg3 0-0-0 13.Pd2 Le6 14.Pc4 Lxc4 15.dxc4 f5 16.b3?! te langzaam naar zijn eigen zin achteraf .. d3! 17.cxd3 Pb4 18.Tf3 fxg4 19.hxg4 Pxg4 20.a3 Pc6 21.Lh3 h5 22.Pe4 Pd4 23.Tf1 Kb8 24.Tb1 Pf5! Verzekert permanente drukstelling, wits plan b4 op te spelen en tegenspel te verkrijgen kan niet meer 25.Df3 Td7 26.Td1 Thd8 Hort’s opmerking nu: Ich habe gar keine Zugen mehr. Tsja, dan weet ik hoe laat het is, dan kan ik alleen nog maar fouten gaan maken, ik heet helaas geen Karpov hij nam het vlot aan.


Hans was inmiddels een kwaliteit achter gekomen en redde het niet, Theo stond ergens een stuk minder, kwam echter terug na een fout van Hort, kwam zelfs een pion voor in een toreneindspel en bood om een uur of één remise aan. Ook hier was Hort blij mee.

Om half twee waren we klaar, eindstand 36½ - 2½ > 5 remises

Nog even een uurtje bijpraten aan de bar, daarna omkleden. Omkleden? Ja op de racefiets terug naar Breda waar ik om half vier uitgewrongen aankwam en ’s ochtends om half negen moest beginnen. Dat lukt net niet, het werd half tien.

Leo Rietveld

dinsdag 25 augustus 2009

Een ongekende PK-collaps

“We gaan voor de zeven uit zeven”, sprak ik overmoedig tegen Arno van Houten, toen we ’s-avonds laat na afloop van de tweede ronde van het PK van het RET-terrein afreden.
Enkele dagen later, toen de loop van het toernooi zich tegen mij gekeerd had, heb ik nog wel een aantal keer met gemengde gevoelens aan die misplaatste grootspraak teruggedacht. Het noodlot dient in het vervolg niet meer getart te worden, want met de twee uit twee waarop ik op dat moment stond bleek voor mij de koek vrijwel op te zijn. Daarover later meer.
Toen er nog niets te klagen viel: De eerste twee ronden waren inderdaad prettig verlopen met twee degelijke winstpartijen. In de eerste ronde met zwart tegen Herman Keetbaas die voor de vuistweg een vleugelgambietje op het bord kwakte, geïnspireerd door een veegpartij van zijn clubgenoot Cor van Dongen in het open toernooi van Vlissingen. “Die kerel is zo ongelooflijk goed”sprak Herman bewonderend. Nu wilde hij wel eens wilde kijken of hij het er net zo vlot als Cor vanaf zou brengen in deze incourante opening. Dat was niet helemaal het geval: ik pakte de gambietpion en kwam goed uit de opening. In opkomende tijdnood ontstond er een complexe stelling waarbij Herman met geslonken bedenktijd de fout inging door mij een stuk cadeau te doen. De stelling zag er toen overigens slechter uit voor wit dan hij was.
In de tweede ronde zat ik tegenover Carel Vredenborg van Halleluja Europoort (omdat hun blog voorziet in een werkelijk ononderbroken stroom aan positief clubnieuws. Halleluja!). Zoals Carel in een van zijn bijzonder vaardig en met humor geschreven stukjes over dit PK meldde was het de tweede keer dat we tegen elkaar speelden. De eerste keer was zo’n 25 jaar geleden voor het PJK, toen ik in een vooruitgespeelde partij het presteerde om drie kwartier te laat te arriveren op zijn club SO’81 en ook nog een keer te winnen. Dit, staat me nog wel bij, tot grote ergernis van Carel.
Voor deze partij had ik enige openingstheorie geraadpleegd en, jawel, Carel speelde exact de variant die ik op het bord wilde hebben. Het zag er allemaal vrij dreigend uit, waarbij zwart precies moet weten hoe hij de angel uit wit’s initiatief moet trekken, omdat een enkele mindere correcte zet al kan leiden tot een moeilijke, passieve stelling. Carel speelde het niet op zijn scherpst, kreeg het zeer lastig en ik kon het punt later laten bijschrijven. Zonder tegenkansen toe te staan had ik geleidelijk mijn voordeel uitgebouwd en naar winst gevoerd. Kortom een partij om trots op te zijn en dat was ik ook. Oordeel zelf:

Wit: Rick Ensering
Zwart: Carel Vredenborg


Stelling na 21...hxg6

22.Pxd6 (Goed genoeg, maar nog beter is zoals door Carel direct na de partij aangegeven: 22.Lg5 Pxe4 23.Lxe7 Dxe7 24.Tae1+- want er zitten geen grapjes meer in met Pf2 waarvoor ik bang was) 22...Dxd6 23.Lg5 f6 24.Lf4 Le5 25.Lxe5 Txe5 26.Dxf6 Dxf6 27.Txf6 Kg7 28.Taf1 Tf5 29.T1xf5 gxf5 30.Td6! (dit vervelende zetje legt het zwarte spel definitief lam) Kf7 31.Td8 Ke7 32.Th8 Kd6 33.h4 Kc7 34.h5 b5 35.axb6+ Kb7 36.h6 Pd7 37.Txa8 1-0

Tot mijn verbazing las ik kort hierna op RSB-site (let wel: we hebben het over de officiële site van RSB) een ongepast en eigenlijk gewoon krankzinnig rondeverslag van de dienstdoende reporter. Naast de vele andere gedebiteerde ongein waarover ik het maar niet zal hebben, maakt hij over mijn partij met Vredenborg onder andere melding dat de spelers “een Ben-Oni mishandelden in slow-motion” en wat verder op heeft hij het over een notatiebiljet als “schaaksportondermijnend document”. Ongetwijfeld leuk bedoeld, maar onwillekeurig vraag je je toch af wat deze man allemaal gesnoven moet hebben om tot publicatie over te gaan van dit soort ongeëvenaarde wartaal. Ik heb sterk de indruk dat hij bijzonder weinig van het schaakspel begrijpt, mogelijk dat hij daarom in plaats van zelf mee te spelen altijd aan de zijlijn staat, met zijn hoogopgetrokken broek en zijn pennetje en zijn notitieblokje.

Ongetwijfeld aangemoedigd door het tropische zomerweer begon John Leer al voor het begin van de derde ronde met psychologische oorlogsvoering: intimiderend betrad hij de speelzaal in korte broek waaruit een tweetal knoestige, oogverblindend witte benen staken. Ik was even van slag maar wist mij gelukkig tijdig te herpakken. John schoof de stelling a la Bas van der Ent (een oud-Rokado lid dat dol was op gesloten stellingen) compleet vast, in de hoop zelf op de damevleugel toe te kunnen slaan. Ik werd wat ongeduldig van dit langzame geschuif en vond dat het tijd werd voor actie:

Wit: John Leer
Zwart: Rick Ensering


Stelling na 17. a4...

17...f4!? 18.gxf4 Pf5 19.0-0-0 b6 20.Kc2 bxc5 21.bxc5 Tb8 Objectief staat wit beter. John had voor het restant van de partij nog maar een paar minuten over. Ik besloot het op de speculatieve toer te gooien, hoewel het bekend is dat John juist in deze fase doorgaans zijn beste schaak laat zien. 22.Da3 Dh4 23.Th2 Pxd4+!? (goed voor practische kansen) 24.exd4 Dxf4 25.Thh1 Dxf2 26.Thf1 Dxd4 27.Pdxe4 De5 28.Txf8+ Txf8 29.Pd6 d4 (een fout. Ik dacht een stuk te winnen, maar het antwoord is simpel) 30.Pce4 Ld5 31.Ld3 Tf3 32.Db4 Dh2+ 33.Td2 Dxh3 34.Dxd4 De6 35.Te2 Lxe4 36.Pxe4 Da2+

Tijdnood voorbij. John heeft zijn stelling onder druk van de tijd zelfs weten te consolideren. Kat in het bakkie zou je zeggen, maar juist nu schiet hij, met relatief nog veel (teveel?) bedenktijd een onkarakteristieke bok:

Stelling na 36...Da2+...

Wit moet nu Kd1 spelen met duidelijk voordeel. In plaats daarvan deed hij 37.Kc3?? waarop volgde: Dxe2 38.Dxd7 Dxe4 39.Dd8+ Kh7 0-1

Door een – ogenschijnlijk - gunstige loting kreeg ik in de vierde ronde met wit de veertienjarige Bernhard van der Knijff van Messemaker uit Gouda tegenover mij. Door zijn eerdere overwinningen op Paul Tromp en Johan van der Griend en zijn remise met zwart tegen Spaan wist ik dat zijn huidige rating van 1850 geen getrouwe afspiegeling van zijn werkelijke sterkte was. Ik was dus gewaarschuwd. De opening had ik voorbereid, maar nog niet eerder gespeeld. Mijn onwennigheid daarmee bracht me ertoe een pionoffer te brengen dat in feite totaal nergens op sloeg. Door wederzijdse fouten kreeg ik toch nog mijn kansen:

Wit: Rick Ensering
Zwart: Bernhard van der Knijff


Stelling na 25...Td3

In deze stelling was het pakken op a7 de beste optie om zelf een vrije a-pion te creëren. Er komt dan een gecompliceerde stelling op het bord met minimaal gelijke kansen voor wit. Wat mij weerhield was de angst voor trucjes met Tb3 gevolgd door Txb2 en Pf3. Maar die trucjes waren niet aan de orde! Ik speelde derhalve het slechte Le4 gevolgd door Pc3. De jonge Gouwenaar maakt het daarna efficiënt af:

26.Le4 Tb3 27.Pc3 Dc4 28.Dc2 Pg4! (Heel juist. De dreigingen stapelen zich op) 29.Ta4 Tb4 30.Ta3 (De beslissende fout. De rest is een bloedbad:) Ld4+ 31.Kh1 Te8 32.Ld3 Txe1+ 33.Lxe1 De6 34.Dd1 Txb2 35.Pe2 Pe3 36.Dc1 Dg4 37.Pg3 Txg2 0-1

Een onverwachte domper op de door mijzelf toegedichte kampioenskansen. Die kansen werden er vervolgens niet groter op door de loting voor de vijfde ronde: met zwart tegen tweevoudig PK-winnaar en verdedigend kampioen FM Oscar van Veen. Het werd een technische partij

Wit: Oscar van Veen
Zwart: Rick Ensering


Stelling na 29 Lxd5

Tot dusver heb ik wonderwel weten te overleven (ondanks een opening die ik voor het eerst met zwart tegen kreeg)en een vrijwel gelijk eindspel bereikt. In de diagramstelling besloot ik beide torens in het spel te houden, vanuit het vage besef dat de remisekansen in dat soort eindspelen groter zijn (Ja, het wordt nu echt tijd om het al tijden terug aangeschafte Fundamental Chess Endings van Karsten Muller eens serieus te gaan bestuderen. Anders wordt het nooit wat met die eindspelen). Maar hier is dat niet het geval. Het slaan met de toren verdient de voorkeur en wit lijkt dan geen serieuze winstkansen te hebben. In de partij maakt Oscar het instructief af:

29...exd5 30.Ted4 Ke6 31.Te1+ Kf6 (ook niet zo handig om de koning af te laten sluiten. Beter: Kd6) 32.Tf4+ Kg5 33.Td4 Kf6 34.Kd2 Tfc8 35.f4 T8c6 36.Te5 Td6 37.g3 a5 38.b4 axb4 39.axb4 Tc7 40.Texd5 Txd5 41.Txd5 Tb7 42.Te5 Kg7 43.c4 bxc4 44.Kc3 f6 45.Te4 Kf7 46.Kxc4 Tc7+ 47.Kd5 Tc3 48.g4 Tg3 49.b5 Txg4 50.b6 Th4 51.b7 Th8 52.Tc4 Tb8 53.Tc7+ 1-0

Ok, ok. Die laatste nul was ingecalculeerd en met 3 uit 5 behoort een fraai eindresultaat behoort nog steeds tot de mogelijkheden. Tegen de levende legende Jaap Staal, inmiddels 77 jaar (een jaartje jonger maar dan Kortsjnoj), en destijds lid van het(landelijke) kampioensteam van Charlois Europoort besloot ik er nog eens goed voor te gaan zitten in de zesde en voorlaatste ronde.

Wit: Rick Ensering
Zwart: Jaap Staal


Stelling na 18...Lxh3

Voor de eerste 18 zetten had ik al flink wat tijd gebruikt. Dus ik dacht: nu eerst snel wat goede zetjes doen om niet al te grote tijdnood te komen. Die tijd had ik hier beter wel eventjes kunnen pakken!
Wit heeft hier groot voordeel en met het simpele 19 Lf3, Df5 gevolgd door g4 win ik materiaal waar zwart onvoldoende tegenkansen voor zou krijgen. In plaats daarvan speel ik het rampzalige: 19.Pxc6?? (Zoals gezegd: 19.Lf3 Df5 (Lg4 of Pg4 gaat niet vanwege de zwakte van de onderste rij) 20.g4 Pxg4 21.Pxg4 Txe3 22.Pxe3 Dg5+ 23.Pg2 is super voor wit) 19...Lxg2! 20.Kxg2 Pg4! (uiteraard: zwart ziet zijn kans schoon. Het is meteen compleet uit) 21.Th1 (erg, erg slecht. Ik geloofde er al niet meer in. Pf3 zou de partij nog iets langer kunnen rekken)21...Pxe3+ 22.fxe3 De2+ (deze zet zag ik niet eens aankomen) 23.Kh3 Te6! en snel mat 0-1.

Triest, maar aan de andere kant bemoedigend om in de praktijk bevestigd te zien dat het mogelijk is om zoals Jaap Staal ook op 77-jarige leeftijd prima schaak te kunnen laten zien en scherp te kunnen blijven combineren. Maar dat was een schrale troost bij een toernooi wat zo mooi was begonnen, maar voor mij inmiddels pathetische vormen begon aan te nemen.
Om het toernooi in stijl te beeindigen, werd ik in de slotronde met zwart ingedeeld tegen de sterke Nathanael Spaan van RSR Ivoren Toren. Het werd een draak van een partij:

Stelling na 17 Lc1...

Het schijnt dat zwart hier in deze min of meer gelijkwaardige stelling het beste kort kan rokeren, of in ieder geval de koning in het midden kan houden. Ik besloot hier gewoon lang te rokeren. Dat bleek niet correct. De witte aanval is al gauw niet meer te stuiten. In de laatste ronde bemerkte ik wat ongeduldigheid bij mezelf. Laat het maar afgelopen zijn dacht ik en deed snel nog een zetje. Tegen Spaan kun je je dat niet permitteren:

17...0-0-0 18.a3 Pd7 19.Le3 a5 20.axb4 cxb4 21.c5 Pxc5 22.Tc1 Kb8 23.Pxe5 Lxe5 24.Txc5 Dd6 25.Lc4 f6 26.Txa5 Ld4 27.Ld5 Dc7 28.Tb5 Txd5 29.exd5 Te8 30.d6 (Spaan was in hevige tijdnood, maar dit ontging hem niet) Dc6 31.d7 Dxd7 32.Lf4+ Te5 33.Lxe5+ fxe5 34.Txe5 Dc6 35.Te8+ Ka7 36.Te6 Dc5 37.Ta1+ Kb8 38.Te8+ 1-0

Dat was het dan. Met 3 uit 7 toch een halfje minder dan vorig jaar. De slotreeks van vier nullen is natuurlijk slecht, maar niet rampzalig. Het kan gebeuren en ik begin het nieuwe seizoen gewoon weer met frisse moed.

In het slotverslag van dit PK maakt de reporter, niet toevallig dezelfde geëxalteerde malloot die eerder de tweede ronde voor zijn rekening nam het nog bonter. Hij heeft het over mij als een Loek van Wely look-alike en verder dat ik het na het incasseren van mijn vier nullen op rij enige maanden psychiatrische bijstand zou behoeven. Ik vind het bizar dat ik dit zomaar op de officiële site van de RSB tegen kan komen. Dat zou niet mogen kunnen.
Wanneer ik aan een schaaktoernooi deelneem en voor mijn plezier meespeel, zoals dit PK waar ik graag aan meedoe, wens ik achteraf niet dit soort bullshit over mijzelf te lezen. Dat is NOT DONE, Damhuis. Schaken op amateur-niveau moet leuk blijven, en de stukjes daarover niet ten koste gaan van...
Voor de overige verslagen van John Dessens, Jason Zondag en vooral Carel Vredenborg: uiteraard niets dan lof. Zo hoort het en zo is het leuk.

En volgend doe ik uiteraard gewoon weer mee. Een verbetering van mijn resultaat van dit jaar moet er toch minimaal inzitten...

Rick

maandag 24 augustus 2009

Tumultueus Stukkenjagers weekendtoernooi

Tweeledige doelstelling dit jaar.

1. Voorbereiding komende seizoen;
2. Marco voorbijstreven qua rating.

Tja tumultueus is best een lastig woord en kan beter vervangen worden door Timo de kneus toernooi.
op deze link zijn mijn tegenstanders te zien.

Al te veel wil ik er niet over kwijt;

Ronde 1:
een kompleet overwicht met wit, verzandt in potremise stelling, waarbij mijn koning plots FC Knudde talenten gaat imiteren. Hij gaat à la Jaap achter de vijandelijk pionnen staan en komt dus te laat op de terugspeelbal van Dirk :)

Ronde 2:

Een uiterst beroerde Grunfeld met zwart.

Ronde 3:
De witspeler gaat hier niet in op al mijn pionoffers met zwart in een Scandinaviër, uit frustatie rokeer in lang, de slotstelling is echter nog meer frusterend :(


Ik neem het de hoofdredactie (lees Rick) niet kwalijk als hier censuur wordt gehanteerd, ik zou de stelling niet plaatsen

Oh jeeh, tussendoor helemaal mijn bye vergeten te melden :)

Dus een ½ uit 4 op zaterdagavond

Ronde 5:


Tja redelijk talent uit Roosendaal, ga voortvarend te werk en kom prima te staan. Altans dat dacht ik zelf, met twee posionele pionoffers open ik de h-lijn en de diagonaal c1-h6.
Zwart speelde Kf7? en de onderstaande stelling kwam op het bord

Stelling na Kf7

Tja das vragen om problemen.
26. Th7 Dxh7 27. Pg5+ moet voldoende zijn toch? Kg7 28. Pxh7 Kxh7 29. Th1+ Kg7 zo nu even de tijd nemen om een krukzet te vinden 30. Ph5+? (Pe6+ paarschijnoffer is meteen uit, dit noemt men het Rietveld +9 syndroom) Kf7 31. Dh6

Stelling na 31. Dh6

Nog steeds uit lijkt me
31. .. P7e6 32. g4 Th8 33. De3 f4 34. Df3 Tad8 35. g5 haha Pd3+ 36. Kc2 Pxg5 37. Dg4 Tdg8 38. Df5+ Ke8 39. Pg7+ Kd8

Stelling na 39...Kd8

Zo moet wel weer voldoende zijn :)
Geloof het of geloof het niet,weldra staat de stelling -14!!!! Ja u leest het goed minus veertien, als volgt:

40. Txh8 Txh8 41. Dxg5 van geen kwaad bewust, zwart heeft hooguit wat schaakjes en als hij geluk heeft eeuwig schaak, dat is helaas buiten de waard gerekend. 41. .. Th1+
42 Kc2 en nu speelde mijn tegenstander inderdaad op eeuwig schaak, m.a.w. het is remise geworden maar 42. .. Pe1+ is helemaal uit, terug naar de onderste rij is aftrekschaak met dameverlies en Kd2 wordt gevorkt, hmmm.

Tja ronde 6


Ik durf niet zo goed meer er nog wat melden, ditmaal kwam ik tegen een andere Roosendaalse jeugdige speler niet verder dan + 2,7 maar nam remise door herhaling van zetten, misschien als ik van de week nog zin heb dat ik nog de winnende stelling uit deze partij laar zien.

Pffffff valse start en twintig punten op Marco verloren.

Leo

zaterdag 25 juli 2009

Degelijk toernooi

Laten we eerlijk wezen, de omstandigheden waren erg zwaar. In zekere zin te vergelijken met wat de renners in de Tour te verduren krijgen maar dan net wat anders. Er wordt verwacht dat je erg veel drinkt, weinig slaapt en toch goed presteert?!
Nadat je je keurig aan deze opdracht hebt gehouden zit je de volgende dag tegen een keurig heerschap, dat zelfs fris uit de ogen kijkt. Stijlloos. De best man lijkt net van een kuuroord te zijn teruggekomen.
Tja achteraf moet ik misschien stellen dat voor mij het toernooi wat te kort was. Vanaf de eerste dag was ik zoekende. Hans zei probeer het eens met een witbier kuur. Wel het schaken ging nog enigszins maar het slapen in het geheel niet.
Volgende zelf de conclusie getrokken dat het anders moest. Dus overgestapt op Kriek Lambic en dan natuurlijk in ruime mate. Ik ben de tel kwijtgeraakt ergens tussen de 10 en de 20. De overstap had maar gedeeltelijk effect. Ik sliep nu prima maar het schaken leek weer nergens op, ik speelde als een mak schaap.
Drastischere maatregelen dus de volgende dag. Overdag was ik er nog niet over uit wat het zou worden dus ging ik nog maar even verder met die Kriekjes. Na weer 1 uit 2 deze dag, stapte ik dezelfde avond over op Duvels afgewisseld met borreltjes met appelsmaak, Hans en Theo hoefden niet?! Voor Hans kan ik daar inkomen, die was net een goed toernooi bezig, maar Theo had beter mij kunnen vergezellen 
Nadat ik er van alles zo’n stuk of 5 op had, verliet ik om half drie de mannen op zoek naar mijn studentenkot. Halverwege deze drie km durende trip zag ik links van me een grote disco, wilde daar net naar binnen, toen ik een groep schakers uit Den Bosch zag, Bob Jansen was de enige die ik echt wat beter kende. Ik met die mannen mee. Ik heb toen nog maar 1 Duvel op, had er dan geen trek meer in, maar om nu op een droogje te gaan zitten is tegen mijn principe. Tequila’s dus, weer een stuk of 5.
Dan rond half zes echt naar het kot, hoewel vage beelden van een kort verblijf in een studentencafe vlak bij het ‘hotel’ , daaruit moet ik stellen dat ik ook daar nog even naar binnen ben geweest. Het was van daar naar mijn bed nog slechts 200m, net 30 m te ver. Want daar besloot ik te gaan slapen. Mijn geluk was dat een van de mannen van HMC mij daar zag liggen en zoiets zei van ‘het is hier niet pluis’.
Goed volgende dag speelde ik wel twee uitermate wilde potten, vol spektakel. Ik ben er nog tevreden over. Weer 1 uit 2 trouwens deze dag.
Laatste dag wat rustiger aan gedaan, ik ging ondanks protesten van Frans Vreugdenhil zo kwart over een naar het kot.

De partij van de laatste dag was ook niet saai;

Stelling na 10...Dg6

Ik ga proberen de dame te vangen 11.Dd2 Ld7 12.Ld3 Dg4 13.Df2 f5 tja moet al wel 14.exf6 gxf6 15.h3 Dg7 16.0-0 16...Lb6 17.Pa4 leidt tot lange combinatie 17...Pxd4 18.Pxb6 Pxf3+ 19.Dxf3 axb6 ik had gedacht dat hij nog wel even Lc6 tussendoor zou spelen 20.Dxf6 Tg8 21.Dxg7 Txg7 22.Le4 Ta5 23.Kh2 Ke7 24.Tf4 Lc6 met remise aanbod. Het was nog te vroeg daarvoor 25.Lxc6 bxc6 26.b4 Td5 27.a4! hier heb ik flink gerekend 27...Td2 28.Tg4 Txg4 29.hxg4 Txc2 30.a5 bxa5 31.bxa5 Tb2 32.a6 Tb8 33.Kg3 Ta8 34.a7 c5 35.Kh4 Kf6 36.Kh5 c4 37.Ta6 c3 38.Tc6 Txa7 39.Txc3 Ta2 Tja goeie zet gemist, ik vond op slag me zelf zo goed als verloren staan 40.Tg3 enige zet volgens mij 40...Ta1 41.Kxh6! plots kan hij toch 41...Th1+ 42.Th3 Tg1 43.g5+ Kf5 Tja volgens mij stond ik hier super, ik speel 44.Tf3+ Kg4

Stelling na 44...Kg4

na deze zet was ik eerst Tf2 van plan maar wees die vervolgens af 45.Tc3 en verder zijn dan de winstkansen plots nul, omdat wit simpel zijn toren geeft voor de g-pion en met zijn e-pion gaat lopen.

Huiskamervraag: welke zet wint wel en had mij 50 euro opgeleverd?

Leo

maandag 8 juni 2009

8e Open Hoeksewaards Snelschaaktoernooi

Op voorhand zou het toernooi gaan tussen Hans en mij. Tenzij Rick zou meespelen en of Ben Boog. Marco had al eerder laten weten niet mee te spelen. Het scheelt een stuk gezelligheid, maar voor de 1e plaats maakte dat natuurlijk toch geen verschil. Bij binnenkomst zag ik geen Rick en ook geen Ben, wel achter in de zaal een hoop klein grut. Ik zag ook dat ene meisje Angelique Osinga nog, waar ik op het Rokado-jubileum nog van verloren had, maar dat zou ik wel eens recht gaan zetten dit toernooi.

23 deelnemers al bij elkaar. Voorronde 4 groepen van 6, even het kaf van het koren scheiden. Hans en ik fileerden ons gladjes met 100% scores door de groep.

Tja hoofdgroep zag er dan als volgt uit:

Hans v.d. Linden (Rokado)
Leo Rietveld (Rokado)
Walter van Dijk (Hoeksche Waard)
Gert van Driel (Hoeksche Waard)
Ronald Mohrke (Hoeksche Waard)
Angelique Osinga(HW + CE)
Jan van Overdam(Charlois/Europoort)
Julian van Overdam (Charlois/Europoort)


Men had mij verteld dat Julian bijna 2200 ELO al had, reeds zijn eerste simultaan had gespeeld met perfecte afloop. Hm toch iemand om in de gaten te houden dacht ik.
Meteen 1e pot tegen Angelique, zij krijgt les van Michel de Wit en dat is te merken. Een moeizame overwinning. Vervolgens twee snelle potjes. In ronde 4 moest ik tegen Hans. Hans kon gaan voor remise ergens in zijn aanval, ging voor het volle pond, maar hij ruilde de dames af en ik won het eindspel. Tja dan Julian van Overdam, ook alles nog gewonnen tot dan toe. Het werd een uitermate boeiend spektakel, met flink wat bluf mijnerzijds. Remise doordat hij niet genoeg tijd had: een halfje gejat. Tja en even later speelde ik tegen zijn broer Jan, kon deze door de vlag trappen (45 tegen 25 sec, materiaal verhouding gelijk) maar bood remise aan, zo halfje terug geschonken. De rest van mijn potjes won ik.
Op het eind zag ik dat ik een halfje tekort kwam op Julian, ik maalde er niet om.

Eindstand groep 1

1. Julian van Overdam 6,5
2. Leo Rietveld 6,0
3. Jan van Overdam 4,5


Tja Theo speelde ook nog mee en wist netjes de B-groep te winnen.

Leo Rietveld

N.B: Hier ook een verslag op de site van SV Hoeksche Waard: