zaterdag 17 november 2012

Rokado verslaat Sliedrecht 2 met 6 - 2

Een schaakwedstrijd in de promotieklasse van de RSB, door de ogen van een amateuristische barman en professioneel afwasmachineaanzetter.
Als barman van de thuispelende Nieuw-Beijerlandse schaakclub Rokado had ik de eer om, tussen het inschenken van de glazen en het opruimen van de rotzooi in, af en toe een kijkje te mogen nemen aan de borden van deze Hoeksche Waardsche schaakmatadoren.

Vooraf was mij verteld dat Rokado was versterkt door het niet meespelen van Marco. Deze had zijn partij vooruit willen spelen, maar gelukkig was Sliedrecht daar niet mee akkoord gegaan zodat Rokado invallers kon inzetten, invallers die stuk voor stuk over meer schaakgenen beschikken dan Marco. Deze heeft weliswaar een redelijk hoge rating, maar de oorzaak daarvan is dat hij over zoveel humor beschikt dat zijn tegenstanders hem nooit serieus nemen, zeker niet als hij achter een schaakbord plaatsneemt. En bovendien zet hij af en toe zijn beduidend sterker spelende tweelingbroer in.
Over nu naar de wedstrijd. Mijn aandacht ging allereerst uit naar de het 5e bord waar Rick met zwart aan een partij bezig was waarvan ik de indruk kreeg dat hij goede kansen had. Helaas echter gold voor zijn tegenstander hetzelfde, zodat ik tot de conclusie kwam dat beiden goed stonden. Of misschien stonden ze allebei wel slecht, ik kwam er niet helemaal uit, maar gelukkig werd het al spoedig remise. Door eeuwig schaak naar bleek, wat dit verder ook betekenen mag. In elk geval kwamen beide kemphanen weldra dicht bij de bar hun partij analyseren en duurde dit een eeuwigheid, zodat de term ‘eeuwig schaak’ mij langzamerhand duidelijk begon te worden.

Intussen had Ben aan bord 4 zijn tegenstander behoorlijk in de tang, leek mij als leek. Hij zat achter het bord als een panter die op het punt staat zijn prooi te bespringen, wat wellicht de reden was voor het te gehaaste spel van zijn opponent. Op de snelle zege van Ben was dan ook niets af te dingen, 1½ - ½ voor Rokado.

Hans kwam op bord 3 met zwart in een onduidelijke zijvariant van de Tasmaanse Opening – heb ik me laten vertellen – terecht, en won dankzij een briljante combinatie de dame. De reden dat zijn tegenstander niet meteen opgaf was dat deze nog een klein trucje achter de hand had waardoor hij voor die dame uiteindelijk een toren, een stuk en een paar pionnen terugkreeg. Eén van die pionnen bleek zo gevaarlijk dat Hans tenslotte moest kiezen voor de veilige remisehaven en de tussenstand van 2 – 1.


In de partij die Leo met wit aan bord 6 speelde wisselden de kansen voortdurend. Leo kwam aanvankelijk veelvuldig naar de bar om opgewonden te klagen over opgewarmde tjap tjoy en zijn slechte spel; hij zag bovendien telkens de winnende zet voor zijn tegenstander, zoals dame slaat pion op F2.


Na het slaan van de dame door de koning, zou ‘paard G4 schaak’ met aanval op de witte dame direct winnen voor zwart, totdat Leo het laatste restje opgewarmde tjap tjoy uit zijn ogen wreef en zag dat hij dat paard er gewoon met zijn loper kon afknuppelen; maar dat terzijde. Leo hervond daarna zijn zelfvertrouwen en na het matzetten van zijn tegenstander stond het 3 – 1 voor Rokado.


De partij die Sander op bord 2 speelde begreep ik niet echt. Sander had weliswaar het sterke loperpaar – dat ‘sterke’ was volgens mij nog verre toekomst – maar zijn opponent had een pion meer, een gedekte doch nog te ondermijnen vrijpion, maar de conclusie van Ben dat Sander goed stond vanwege dat loperpaar (en dat die min-pion niets voorstelde) durfde ik niet met hem te delen. Ik kende dan ook (nog) niet de fenomenale schaakkracht van Sander, die met schitterend spel de partij uitmaakte, 4 -1. En nog een half puntje te gaan dus.

Frank was aan het topbord, met zwart, niet geweldig uit de startblokken gekomen. Hij stond er na een zet of tien zo slecht ontwikkeld bij dat ik ernstige aandrang voelde om hem ontwikkelingsgeld te geven. Zijn tegenstander kon echter geen gebruikmaken van zijn positionele voorsprong, kwam er dus niet doorheen en begon steeds meer zijn greep op de stelling te verliezen. Frank maakte aan het eind van de partij koelbloedig gebruik (of misschien heet dit wel ‘misbruik’) van de tijdnood bij zijn tegenstander en trok Rokado over de grens: 5 – 1.


Peter op bord 8 verloor door een onnauwkeurigheidje al snel de kwaliteit en een pion, maar toen hij er voor ging zitten werkten zijn dame, loper en paard zo goed samen dat zijn opponent tenslotte 2 pionnen moest inleveren en Peter remisekansen rook. In zo’n situatie moet je echter nooit je loper weggeven, een misgreep die alle eerder gedane moeite verbrijzelde en waarna Peter de handdoek in de ring gooide, Rokado had de winst toch al binnen en Sliedrecht mocht terugkomen op 5 – 2.

Alleen Theo, met zwart spelend aan bord 7, was nog bezig.


Remise aanbieden met een stuk meer – hij had dat stuk 'maar genomen' omdat hij niet wist waarom hij dat simpelweg instaande stuk NIET zou nemen - was niet aan de orde, dus moest hij het eeuwige probleem “het winnen van een gewonnen staande partij” zien op te lossen met niet al te veel tijd meer op de klok. Als je je tegenstander ondanks dat probleem deskundig in een matnet manoeuvreert en de eindstand daarmee op 6 – 2 bepaalt, heb je je uitstekend van die taak gekweten. Eerder in die partij was er trouwens wat vreemds gebeurd: Theo had gerokeerd! Helaas is er geen foto gemaakt van deze unieke zet, zeg maar unieke gebeurtenis, want normaliter neemt Theo geen tijd voor het uitvoeren van zetten die je kunt samenvatten als ‘randverschijnselen op het schaakbord’.

"de barman"

Eigenlijk is de hele schaaksport een randverschijnsel, inspannend, ontspannend of gewoon spannend, het blijft een randverschijnsel.
Dat kan je van de onmisbare activiteiten van een barman niet zeggen.

De barman