maandag 23 maart 2009

Hypercube 2009

Om acht uur afgelopen zaterdagochtend toog ik naar Utrecht om daar zo snel mogelijk de bittere en onverwachte nederlaag van de avond ervoor tegen Charlois Europoort weg te gaan sp(o)elen.
Op het gemak wandelend op het zonnige Weena richting Centraal Station liet ik de noodlottige vrijdagavond nog eens aan mij passeren. Waar ligt dat nou toch aan dat Rokado bij die club uit zuid die met de dag meer praatjes krijgt, steeds met zulke gênant dikke cijfers moet verliezen. Vorig jaar werd het zelfs 4-0 voor de beker, 6.5-1.5 tijdens de 2e ronde van de RSB-competitie en gisterenavond dus 3-1 tijdens de halve bekerfinale. Als beginners worden we afgeslacht. Schaaktechnische redenen kunnen het niet zijn, zou je denken. Kwaliteit hebben we genoeg. Wat is het dan? Ligt het dan misschien aan die zaal daar dat het nooit eens lukt? Aan die smerig groen geverfde bovenzaal van centrum De Passage in dat meest desolate stukje Rotterdam dat Pendrecht heet? Ze kunnen die zaal beter meteen (het is maar een suggestie) de Kermit de Kikker-zaal noemen. Dan weten de uitspelende teams tenminste wat ze te wachten staat.
Als je d’r altijd speelt zul je er wel aan wennen en er op den duur niet meer op letten, maar voor bezoekende teams blijft het een ware beproeving, al dat felle groen. De muren gifgroen, de stoelen gifgroen, de banken gifgroen…gillend gek word je ervan. Charlois begint op die manier zijn thuiswedstrijden dus altijd met groot voordeel aan de partijen. En dat voordeel zou afgelopen vrijdag dus wel eens de reden geweest zijn van een nieuwe walk-over tegen ons clubje. Het is natuurlijk maar een theorie…en ik misgun Charlois natuurlijk niets, maar toch klopt er iets niet.

Enfin, deze zaterdagochtend, het begin van de eerste lentedag, was dus stralend begonnen. Precies het weer waarbij je alles kunt gaan doen behalve een hele dag binnen zitten om een snelschaaktoernooi te gaan spelen. En precies dat was ik dus van plan. En het toernooi waarnaar ik op weg was: het Hypercube-toernooi 2009, georganiseerd door Schaakvereniging Utrecht, dat net als vorige jaren weer gehouden werd in de grote, lichte bovenruimte van Nationaal Denksportcentrum Den Hommel waar je een mooi rustig uitzicht hebt op het kabbelende Amsterdam-Rijnkanaal en de boogbrug die daarover richting de Meern voert.
Sponsor van het toernooi opnieuw de consultants van Hypercube, het bedrijf van Utrecht-voorzitter Pieter Nieuwenhuijs dat duurbetaalde adviezen verstrekt aan diverse overheden. De kredietcrisis wordt er, gelukkig, kennelijk nog niet in de portemonnee gevoeld.
Vorig jaar had ik al mee zullen doen, maar juist toen stak de NS daar een stokje voor en liet men bij Gouda een trein ontsporen zodat het me niet lukte om tijdig in Utrecht te zijn en me in de speelzaal aan te melden. Maar deze zaterdag zou ik me zeker niet laten afpakken.
In een grijs geworden verleden, ik denk al zo’n twintig jaar geleden, had ik al eens meegedaan aan dit jaarlijkse toernooi in Utrecht, samen met Bert Heemskerk en weet nog dat ik na afloop van een zware dag snelschaken en vooral heel veel verliezen, compleet daas en uitgewoond was. Benieuwd hoe het vandaag zou uitpakken, zo lang na dato.
Het leuke van Hypercube is dat het zo ijzersterk bezet is. Als je wilt weten hoe sterk je eigenlijk bent met snelschaken (in vijf minuten partijtjes) is Utrecht hét toernooi om dat te testen.
In het verslag van het toernooi van zaterdag j.l. dat bewonderenswaardig snel en bekwaam vervaardigd werd door Robert Beekman, las ik dat er dit jaar 130 deelnemers op het toernooi afgekomen waren met een gemiddelde rating van 2100. Het veld was dus sterker dan ooit. De mindere schakers, ook wel kneuzen genoemd, wisten wat hen te wachten zou staan en lieten het verstandig massaal afweten.
De formule van het toernooi is al jaren hetzelfde. Eerst een kwalificatieronde in groepen van ongeveer 20 man, en vervolgens daarna finalerondes die ingedeeld zijn op basis van de behaalde resultaten in de voorronde.
Zo mocht ik het in de kwalificatieronde onder andere opnemen tegen het Nederlandse talent Matthew Tan (2330), Richard Vedder (2314), de Rus Dmitri Saulin (2435), Manuel Bosboom (2412) en tegen de Rus Vladimir Episjin(2587). Dit leverde in vijf partijen evenzoveel nullen op, maar de partijen tegen Bosboom en Episjin waren leuk en redelijk spannend en werden pas beslist bij het vallen van de vlaggen. Tegen Richard Vedder werd ik geflest in het eindspel toen ik, met koning en pion. en hij, alleen met koning en paard, door mijn vlag ging. Nou in ieder geval remise dan, verzuchtte ik. Remise? Dat mocht je willen, meldde Vedder, die vervolgens het punt claimde dat hij ook kreeg. Had ik de pion niet meer gehad of had ik de pion snel kunnen promoveren dan zou de puntdeling wel een feit geweest zijn. Nu dus niet.
Ik kwam in finalegroep D terecht en scoorde daar 10.5 uit 16. Een score in een veld van 2100+ spelers waar ik tevreden mee kan zijn. En een mooi ijkpunt voor volgend jaar, wanneer ik natuurlijk weer beter zal zijn en zeker van plan ben om weer mee te doen. Ik eindigde behoorlijk hoger dan recente winnaar van het O.K. Hoeksewaard Hans Hollander die na een moeilijke voorronde met een schamel puntenaantal in de een na laagste groep F belandde. Verder herkende ik weinig spelers die actief zijn vanuit de RSB. Wel was er PK runner-up Bonno Pel die weliswaar heel knap finalegroep A bereikte, maar het daar zwaar te verduren had en maar drie punten bij elkaar sprokkelde.
De hoofdprijs van 1000 euro had een hele rits titelhouders naar Utrecht gelokt. Er waren op voorhand een aantal favorieten. Zeer sterke broodspelers als Daniel Fridman, Bogdan Lalic en Vladimir Episjin die het van dit soort toernooien moeten hebben, waren aanwezig.

Vladimir Episjin in actie (foto van website SV Utrecht)

Sterke schakers maar onder hen ook enige vreemde vogels, als ik zo vrij mag zijn Zo kon ik me bij het zien Lalic onwillekeurig niet aan de indruk onttrekken dat hij die ochtend net uit een kartonnen doos was gekropen. En wat te denken van Episjin. Een sterke, klassieke schaker die destijds zelfs secondant van Karpov was. Maar wat een ongelikte beer. Zo kom je ze toch zelden tegen. De jonge Nederlandse meester Wouter Spoelman was zo brutaal geweest om hem in de finalegroep met wit te verslaan.”Don't fucking smile, you …(verder onverstaanbaar)”, beet hij Wouter woedend toe die een beschaafd glimlachje net na afloop van de partij niet onderdrukken kon. Espisjin zette zijn onafscheidelijke alpinopet nog eens goed op zijn hoofd en beende driftig met zwaar afgezakte spijkerbroek weg van plaats des onheils. De enige dame die zich kwalificeerde voor de finalegroep A was de vriendin van Fridman: Anna Zatonskih. Ze kon daar geen rol van betekenis spelen. Toen ik haar zo verbeten zag spelen zaterdag moest ik denken aan dat kostelijke filmpje dat op internet te vinden is, en waarin ze met Irina Krush een beslissingspartij speelt die in een complete catfight ontaardt! Schitterend.
Overallwinnaar werd uiteindelijk de Russische grootmeester Andrei Orlov, gevolgd door Lalic, Episjin, Dgebuadze en Fridman.
Het krankzinnig slot van een partij in de finale-groep A tussen Manuel Bosboom en de Oezbeek Mihail Saltaev heb ik met mijn camera'tje hier vastgelegd. Let op hoe Manuel bij alle hectiek zelfs nog de gelegenheid vindt om een remiseaanbod uit te brengen dat Saltaev direct met een kordaat Nein afwijst.



Voor een perfect verslag van de dag door Robert Beekman inclusief eindstanden verwijs ik graag naar de site van SV Utrecht.

Rick