dinsdag 17 maart 2009

Verdiende winst op Krimpen aan den IJssel: 3.5-4.5

De uitwedstrijd tegen het sterke eerste team van Krimpen aan de IJssel, tot voor deze wedstrijd nog serieus promotiekandidaat, bood Rokado een laatste mogelijkheid om vage overlevingskansen in stand te houden. En op het moment dat het moest, gebeurde het ook: we wonnen de wedstrijd verdiend met 3.5-4.5. Cijfers die meer spanning suggereren dan er in feite geweest is.
Op de heenweg fietsend naar Krimpen aan de IJssel, terwijl het donker begon te worden, kwam ik stomtoevallig de persoon tegen die Rokado een jaar of 35 geleden van zijn pakkende naam voorzag. Stram en moeizaam joggend, dof voor zich uit starend bewoog hij zich voort langs de Maasboulevard. Het was het sjokken van een vijftiger. En een vijftiger zal hij onderhand ook wel zijn, Francisco van Jole, journalist en televisiebekendheid, maar ook jongste zoon van onze voormalige voorzitter Guillermo van Jole. Zou dat nou iets te betekenen hebben, vroeg ik me de hele fietsrit van ruim 12 kilometer af, op weg naar een wedstrijd van Rokado, of was het gewoon stom toeval? Waarschijnlijk het laatste.
De partij van deze match die voor mij het meest tot de verbeelding sprak was die tussen Hans, dit jaar in geweldige vorm stekend, en de met afstand beste speler van Krimpen: Harold van Dijk (2253), een leeftijdgenoot die ik nog ken uit de tijd dat hij heerste op de PJK’s van de RSB. Hans speelde met zwart, offerde in de opening wat pionnen en ging op zoek naar tegenspel in wits stelling waarin zich nogal wat zwaktes bevonden. Met subtiele kleine zetjes pareerde Van Dijk de offensieve intenties van Hans en manoeuvreerde vervolgens magistraal naar groot voordeel en winst van de partij. Het leek verdomme wel een computer, sprak Hans na afloop op zijn manier waarderend over het spel van zijn tegenstander.
Theo werd snel en met harde hand door Hans van Nieuwenhuizen (1966) van het zesde bord gezet, waarop remises volgden van Marco, die een witte koningsaanval van Peter Glissenaar (1946) netjes pareerde en gemakkelijk de puntdeling bereikte, en Peter die geen risico nam in vermoedelijk iets betere stelling.
Met wit kon ik toch nog iets maken van een vrij tamme stelling die na de opening was ontstaan. Rob van Keulen (2083) creëerde een zwakte op zijn damevleugel, waar ik later in de partij een beslissende piondoorbraak kon forceren die zwart alleen kon stoppen door het geven van een stuk:

Stelling Rick - van Keulen na 21...a6?

Er volgde: 22.a5! (wits vrije b-pion is nu nauwelijks af te stoppen) Pxb5 23.axb6 Ped6 24.Pa5 Tb8 25.Tc6 e5 26.Pdb3 exd4 27.Pc5 Ke7 28.Pxa6 Ta8 29.b7 Pxb7 30.Pxb7 dxe3 31.Kxe3 Kd7 32.Tb6 Pc7 en zwart ging in deze verloren stelling door zijn vlag: 1-0

Frank won met wit van Joop Huijzer (1955) in een eindspel met zware stukken, en wist daarin tot een onweerstaanbare koningsaanval te komen. Frank gaat super dit jaar. Hij heeft dit jaar het meeste punten voor Rokado gepakt en doet dat gewoonlijk zoals hij dat ook gisteren deed: niet spectaculair, vrijwel onopgemerkt, maar wel zo effectief en nauwkeurig.
Leo haalde het vierde punt van de avond binnen en zijn vroeg in de partij tegen Bert van Brussel (1862) verkregen materiele voorsprong en betere stelling in het eindspel om te zetten in een klinkend en cruciaal punt voor Rokado.
Matchwinnaar werd Rex van Dijken die zijn eerste halfje voor Rokado binnenschoof, na eerder het vredesaanbod van zijn tegenstander naast zich neergelegd te hebben. De stelling in zijn partij tegen Marcel Glissenaar (2021) was aan het eind van de avond dan ook echt potremise, de pionnen stonden muurvast tegenover elkaar en forceren door één van de partijen zou harakiri betekend hebben. Het redelijk doelloos verplaatsen van stukken achter de vastgeschoven pionnenmassa was het enige dat resteerde met remise als logisch gevolg.

Daarmee wonnen we de wedstrijd van Krimpen met 4.5-3.5. Kansen op lijfsbehoud blijven dus aanwezig! Of dat gaat lukken zal vermoedelijk pas beslist worden in de laatste wedstrijd tegen S.O. Rotterdam op 3 april a.s.

Rick