dinsdag 18 december 2012

Rokado door oog van de naald tegen sterk 3-Torens! (2)

Intussen schaakte Leo met wit aan bord 7 een 'er nogal woest uitziende partij'. Evenals Hans speelde hij een openingsgambiet, maar bij Leo lijkt de concentratie aanvankelijk vaak wat te ontbreken. Eerst gaf hij, met een volkomen onduidelijke bijbedoeling, zijn consumptiebon aan uw verslaggever. Op een gegeven moment zag ik opeens een mega chocoladereep naast zijn bord verschijnen, weer wat later zat hij aan de groene thee omdat hij hoofdpijn had en toen ik hem in de wandelgangen - niet uit onbeleefdheid maar oprecht geïnteresseerd vanwege de culinaire voorgeschiedenis - vroeg wat hij gegeten had, bleek het om een Vesuvius pizza te gaan. Gelukkig kwam er nog net geen rook uit Leo’s neus en oren, dus ik wist dat het met hem allemaal wel goed zou komen op deze avond en dat bleek na vele horten en stoten op een deinend schaakbord maar al te waar.

Na de 16e zet van zwart, f7-f6 (waar het er enigszins griezelig uitziende h7-h6 wellicht een betere verdediging geweest zou zijn, maar dat terzijde) kregen we de volgende stelling op het bord:


Leo speelde na lang denken de zet 17. Lh6, (maar geeft zelf aan dat 17.Ld2 beter was geweest, met als vervolg 17. … f5 18. Peg5 h6. Ik heb Fritz hier even opgezet en constateer dat het vervolg 19. Lc4 of 19. Lf4 inderdaad kansrijk voordeel geeft voor wit. Na het gespeelde 17. Lh6 zijn de verwikkelingen na 17. … Tf7? Trouwens ook kansrijk voor wit vanwege 18. Pf3-g5! Ook 17. …f5 voldoet niet voor zwart, wit kan rustig uitkiezen welke van zijn twee knollen hij op g5 stampvoetend zal laten neerploffen).

Zwart speelde echter het beste en meest voor de hand liggende: 17. … Pxh6

Het ging verder met 18. Dxh6 Tg8 19. De3 (Don Leo had gekeken naar 19. Pfg5 fxg5 20. Lc4 Lf8 21. Txf8 Pxf8 22. Txf8 Dxd4+ en dus geconstateerd dat dit niet kon. Fritz geeft aan dat wit in deze variant niet 20. Lc4 moet spelen, maar 20. c3, echter, het voordeel blijft voor zwart, dus is 19. De3 een terechte keuze.) Er volgde 19. … b5 20. Pc5? (laat hier ‘the engine’ maar eens op draaien!) … Pxc5 (het logische en juiste antwoord op wits zwakke zet) 21. dxc5 Dd5 22. b4 a5 23. c3 (beter is a3) … Lf7? (hier geeft zwart zijn voordeel uit handen, na 23. … axb4 24. cxb4 Ta3 had hij uitstekend gestaan).

Stelling na 23e zet van zwart:


24. Td2 (en hier is het Leo die een grote kans mist; met 24. Le4 Dc4/d7 25. Pe5! had wit winnend voordeel gehad. Ook 24. … Dh5 helpt niet vanwege 25. Lxc6 en dan bv. 25. ... Tb8. Je kan dan vervolgen met 26. Kh2 g5 27. g4 Dg6/h6 en dan weer 28. Pe5!)

24. … axb4 25.cxb4 Txa2? (Ta3 is de aangewezen zet) 26. Le4 (veel beter is hier 26. Lc2!) 26. … Dc4 27. Td7? (Td4 of Txa2 houdt het evenwicht in stand, maar ook zwart doet het niet goed, dus wat maakt het uit?) 27. … Te8 (27...Te2 28.Ld3 Txe3 29.Lxc4 bxc4 30.Txe7 en zwart staat iets beter, volgens aantekening van Don Leo) 28. Td4 (dacht hier ‘te vangen’, ik neem aan dat de tijdnoodfase al aangebroken was – ik kan niet overal tegelijk zijn- maar Leo mist hier de winst door 28. Pe5!) 28. … De2 29. Dxe2 Txe2 30. Lxc6 Tb8 31. Td7 Le8 32. Txe7 Lxc6 33. Td1 Ld5?? (tijdnoodmisgreepje?) 34. Txd5 en 1-0

Een vermakelijke en leerzame partij en Rokado kwam voor het eerst deze avond op voorsprong, 1½ - 2½.

Op de overige borden zag het er echter niet geweldig uit, hoewel Rick op bord 5 met wit zijn tegenstander langzaam maar zeker leek te gaan oprollen, maar goed beschouwd moest Rick zijn partij dan ook winnen voor onze laatste kans en zou het tenslotte van Marco gaan afhangen of Rokado zou winnen, gelijkspelen dan wel verliezen. Ik ben niet meer zeker van zijn naam, maar ik dacht dat het de afgelopen jaar overleden grootmeester Svetozar Gligoric was - ik verloor ooit in een simultaan in Rotterdam van hem, in de zeventiger jaren, ik moet die partij nog ergens hebben - die tijdens een analyse eens zei “Sla met je dame nooit een pion op b2 of b7”. Toen iemand uit het publiek schertsend insinueerde … “en als het nu goed is?!”… ondersteunde de grootmeester zijn bewering onmiddellijk krachtig met: “ook niet als het goed is!” (onderwerp gesloten, “zijn er nog vragen?”)

Aan deze woorden moest ik denken toen ik Rick met zijn dame zag inslaan op b7… dus op dat moment vreesde ik het ergste. Maar even later zag ik zijn dame trots haar troepen delegeren vanaf f3, waar zij bovendien hoogstpersoonlijk de koning veilig onder haar hoede had en zodoende hervond ik mijn vertrouwen in Rick. Dat vertrouwens werd zelfs groot toen hij in een totaal gewonnen toreneindspel belandde.

Toen ik hem dit weekend vroeg om wat gegevens over zijn partij voor mijn artikeltje te willen mailen kreeg ik de hele partij met aantekeningen opgestuurd, waarbij hij net als Don Leo de vervelende gewoonte heeft om, blijkbaar vanwege het Engelstalige schaakprogramma waarin de partij gezeefd is, de dame een Q te geven, de toren een R, de loper een B en het paard een N.

Wit Rick - Zwart: Bert Botma:


Hier moest ik vluchten in het kromme 20... Ta2. Zwart staat hier duidelijk beter 20..Pe4 21. Ld4 f5? (Beter Pd6..)Nu komen wits stukken tot leven: 22. Pd2 Pxd2 23. Taxd2 Dd5 Zwart geeft een pion en een afwikkeling naar eindspel met hoop op remisekansen:


24. Dxd5 exd5 25. Lxa7 Lxa3 26. Txd5 Tc7 27. Ld4 g6 28. Le5 Tb7 29. T1d3 Lb2 30. Td7 Txd7 31. Txd7 Lxe5 32. fxe5 Te8 33. f4 Dit speelt zoveel makkelijker voor wit. Zwarts tijdnood hielp ook al niet:


31..h6 34. h4 Kf8 35. Td6 Kf7 36. Tf6+ Kg7 37. h5 gxh5 38. Txf5
Kg6 39. Tf6+ Kg7 40. Ta6 Tb8 41. Kf3 Tb4 42. f5 h4 43. Ta7+ Kf8 44. Th7 Tb5 45. Kf4 Tb4+ 46. e4 Tb1 47. e6 h3 48. Txh6 Tb3 49. f6 Kg8 50. f7+ Kg7 51. Th8



Zo dat was dus 1½ - 3½, maar nu begon het nagelbijten.

Rex, spelend aan bord 2, wist voorafgaande aan zijn partij dat als je met zwart tegen een topspeler als Johan Quist ( rating van boven de 2300) moet aantreden, er alleen wat te bereiken is als je zèlf absoluut top bent. Elke kleine onnauwkeurigheid zal worden afgestraft, hopen dat je na een foutenfestival aan het langste eind zal kunnen trekken kan je vergeten. Ergens in het vroege middenspel beging hij helaas een kleine positionele onnauwkeurigheid, nauwelijks te constateren voor mij als sjoelbakschaker (ook wel ‘dammer’ genoemd), maar toch.

Rex begon te veel tijd te steken in pogingen om de zaken weer volledig recht te trekken, eigenlijk vergat hij de tijd een beetje of misschien wel compleet, want op ’t laatst had hij minder dan 2 minuten bedenktijd tegenover Johan ruim 20. Het was wel verwonderlijk om te zien hoe snel Rex opeens bleek te kunnen beslissen, zo snel vlogen zijn stukken over het bord. Maar zijn ervaren, kalm blijvende- en vooral uitstekende tegenstander, weigerde mee te vluggeren en zat er totaal niet mee dat ook zijn klok op een gegeven moment minder dan 10 minuten aangaf: hij kon zijn voordeeltje rustig uitbouwen naar een hele pion. Tegen een mindere tegenstander zou Rex het nog wel hebben kunnen redden, maar tegen Johan Quist was het allemaal net te veel van het goede: 3-Torens kwam terug op 2½ - 3½. Rex gaf natuurlijk direct toe dat zijn tijdverdeling vanavond slecht was, maar wie kan hem kwalijk nemen dat hij verloor van deze gerenommeerde tegenstander?


Theo had een hectische dag achter de rug en verscheen daarom slecht voorbereid achter zijn bord. Maar toch ging hij, met zwart spelend aan bord 8, moedig de strijd aan. Helaas had hij de uitstekende vorm die hij de laatste competitiewedstrijd getoond had dit keer thuisgelaten, Theo greep mis en verloor een pion.


Op zich is zoiets geen ramp, maar als je zèlf 4 verbonden pionnen hebt tegenover 3 verbonden pionnen van de tegenstander, die op zijn beurt op de andere vleugel 2 verbonden pionnen tegenover 0 pionnen heeft, dan is de verhouding zoek. Ik kon dus slechts hopen op een mirakel en wendde mijn blijk af naar de zenuwenstrijd die Marco intussen aan het voeren was. Er kwam helaas geen onverwachte kreet van “Theo heeft gewonnen!”.

Hoe dat afgelopen is weten we inmiddels en ik kom tot de slotsom dat enkele Rokadospelers deze avond hun niveau niet haalden, terwijl anderen aan de hoge verwachtingen voldeden of in ieder geval wat meer geluk hadden. Mijn dank gaat verder uit naar Jos die probeerde mij vol te stouwen met bier zodat ik geen fatsoenlijk stuk zou kunnen schrijven – wat mij overigens sowieso nooit lukt - en tenslotte wil ik twee schakers nog wel even genoemd hebben: Frank vanwege zijn geweldige prestatie, de remise tegen Jan de Wit, en Ben vanwege zijn indrukwekkende spel alsmede zijn daardoor inmiddels imposante reeks van 4 uit 4.

Hierover schrijven was mij een waar genoegen.

Leo van Rhijn