Intussen schaakte Leo met wit aan bord 7 een 'er nogal woest uitziende partij'. Evenals Hans speelde hij een openingsgambiet, maar bij Leo lijkt de concentratie aanvankelijk vaak wat te ontbreken. Eerst gaf hij, met een volkomen onduidelijke bijbedoeling, zijn consumptiebon aan uw verslaggever. Op een gegeven moment zag ik opeens een mega chocoladereep naast zijn bord verschijnen, weer wat later zat hij aan de groene thee omdat hij hoofdpijn had en toen ik hem in de wandelgangen - niet uit onbeleefdheid maar oprecht geïnteresseerd vanwege de culinaire voorgeschiedenis - vroeg wat hij gegeten had, bleek het om een Vesuvius pizza te gaan. Gelukkig kwam er nog net geen rook uit Leo’s neus en oren, dus ik wist dat het met hem allemaal wel goed zou komen op deze avond en dat bleek na vele horten en stoten op een deinend schaakbord maar al te waar.
Na de 16e zet van zwart, f7-f6 (waar het er enigszins griezelig uitziende h7-h6 wellicht een betere verdediging geweest zou zijn, maar dat terzijde) kregen we de volgende stelling op het bord:
Leo speelde na lang denken de zet 17. Lh6, (maar geeft zelf aan dat 17.Ld2 beter was geweest, met als vervolg 17. … f5 18. Peg5 h6. Ik heb Fritz hier even opgezet en constateer dat het vervolg 19. Lc4 of 19. Lf4 inderdaad kansrijk voordeel geeft voor wit. Na het gespeelde 17. Lh6 zijn de verwikkelingen na 17. … Tf7? Trouwens ook kansrijk voor wit vanwege 18. Pf3-g5! Ook 17. …f5 voldoet niet voor zwart, wit kan rustig uitkiezen welke van zijn twee knollen hij op g5 stampvoetend zal laten neerploffen).
Zwart speelde echter het beste en meest voor de hand liggende: 17. … Pxh6
Het ging verder met 18. Dxh6 Tg8 19. De3 (Don Leo had gekeken naar 19. Pfg5 fxg5 20. Lc4 Lf8 21. Txf8 Pxf8 22. Txf8 Dxd4+ en dus geconstateerd dat dit niet kon. Fritz geeft aan dat wit in deze variant niet 20. Lc4 moet spelen, maar 20. c3, echter, het voordeel blijft voor zwart, dus is 19. De3 een terechte keuze.) Er volgde 19. … b5 20. Pc5? (laat hier ‘the engine’ maar eens op draaien!) … Pxc5 (het logische en juiste antwoord op wits zwakke zet) 21. dxc5 Dd5 22. b4 a5 23. c3 (beter is a3) … Lf7? (hier geeft zwart zijn voordeel uit handen, na 23. … axb4 24. cxb4 Ta3 had hij uitstekend gestaan).
Stelling na 23e zet van zwart:
24. Td2 (en hier is het Leo die een grote kans mist; met 24. Le4 Dc4/d7 25. Pe5! had wit winnend voordeel gehad. Ook 24. … Dh5 helpt niet vanwege 25. Lxc6 en dan bv. 25. ... Tb8. Je kan dan vervolgen met 26. Kh2 g5 27. g4 Dg6/h6 en dan weer 28. Pe5!)
24. … axb4 25.cxb4 Txa2? (Ta3 is de aangewezen zet) 26. Le4 (veel beter is hier 26. Lc2!) 26. … Dc4 27. Td7? (Td4 of Txa2 houdt het evenwicht in stand, maar ook zwart doet het niet goed, dus wat maakt het uit?) 27. … Te8 (27...Te2 28.Ld3 Txe3 29.Lxc4 bxc4 30.Txe7 en zwart staat iets beter, volgens aantekening van Don Leo) 28. Td4 (dacht hier ‘te vangen’, ik neem aan dat de tijdnoodfase al aangebroken was – ik kan niet overal tegelijk zijn- maar Leo mist hier de winst door 28. Pe5!) 28. … De2 29. Dxe2 Txe2 30. Lxc6 Tb8 31. Td7 Le8 32. Txe7 Lxc6 33. Td1 Ld5?? (tijdnoodmisgreepje?) 34. Txd5 en 1-0
Een vermakelijke en leerzame partij en Rokado kwam voor het eerst deze avond op voorsprong, 1½ - 2½.
Op de overige borden zag het er echter niet geweldig uit, hoewel Rick op bord 5 met wit zijn tegenstander langzaam maar zeker leek te gaan oprollen, maar goed beschouwd moest Rick zijn partij dan ook winnen voor onze laatste kans en zou het tenslotte van Marco gaan afhangen of Rokado zou winnen, gelijkspelen dan wel verliezen. Ik ben niet meer zeker van zijn naam, maar ik dacht dat het de afgelopen jaar overleden grootmeester Svetozar Gligoric was - ik verloor ooit in een simultaan in Rotterdam van hem, in de zeventiger jaren, ik moet die partij nog ergens hebben - die tijdens een analyse eens zei “Sla met je dame nooit een pion op b2 of b7”. Toen iemand uit het publiek schertsend insinueerde … “en als het nu goed is?!”… ondersteunde de grootmeester zijn bewering onmiddellijk krachtig met: “ook niet als het goed is!” (onderwerp gesloten, “zijn er nog vragen?”)
Aan deze woorden moest ik denken toen ik Rick met zijn dame zag inslaan op b7… dus op dat moment vreesde ik het ergste. Maar even later zag ik zijn dame trots haar troepen delegeren vanaf f3, waar zij bovendien hoogstpersoonlijk de koning veilig onder haar hoede had en zodoende hervond ik mijn vertrouwen in Rick. Dat vertrouwens werd zelfs groot toen hij in een totaal gewonnen toreneindspel belandde.
Toen ik hem dit weekend vroeg om wat gegevens over zijn partij voor mijn artikeltje te willen mailen kreeg ik de hele partij met aantekeningen opgestuurd, waarbij hij net als Don Leo de vervelende gewoonte heeft om, blijkbaar vanwege het Engelstalige schaakprogramma waarin de partij gezeefd is, de dame een Q te geven, de toren een R, de loper een B en het paard een N.
Wit Rick - Zwart: Bert Botma:
Hier moest ik vluchten in het kromme 20... Ta2. Zwart staat hier duidelijk beter 20..Pe4 21. Ld4 f5? (Beter Pd6..)Nu komen wits stukken tot leven: 22. Pd2 Pxd2 23. Taxd2 Dd5 Zwart geeft een pion en een afwikkeling naar eindspel met hoop op remisekansen:
24. Dxd5 exd5 25. Lxa7 Lxa3 26. Txd5 Tc7 27. Ld4 g6 28. Le5 Tb7 29. T1d3 Lb2 30. Td7 Txd7 31. Txd7 Lxe5 32. fxe5 Te8 33. f4 Dit speelt zoveel makkelijker voor wit. Zwarts tijdnood hielp ook al niet:
31..h6 34. h4 Kf8 35. Td6 Kf7 36. Tf6+ Kg7 37. h5 gxh5 38. Txf5
Kg6 39. Tf6+ Kg7 40. Ta6 Tb8 41. Kf3 Tb4 42. f5 h4 43. Ta7+ Kf8 44. Th7 Tb5 45. Kf4 Tb4+ 46. e4 Tb1 47. e6 h3 48. Txh6 Tb3 49. f6 Kg8 50. f7+ Kg7 51. Th8
Zo dat was dus 1½ - 3½, maar nu begon het nagelbijten.
Rex, spelend aan bord 2, wist voorafgaande aan zijn partij dat als je met zwart tegen een topspeler als Johan Quist ( rating van boven de 2300) moet aantreden, er alleen wat te bereiken is als je zèlf absoluut top bent. Elke kleine onnauwkeurigheid zal worden afgestraft, hopen dat je na een foutenfestival aan het langste eind zal kunnen trekken kan je vergeten. Ergens in het vroege middenspel beging hij helaas een kleine positionele onnauwkeurigheid, nauwelijks te constateren voor mij als sjoelbakschaker (ook wel ‘dammer’ genoemd), maar toch.
Rex begon te veel tijd te steken in pogingen om de zaken weer volledig recht te trekken, eigenlijk vergat hij de tijd een beetje of misschien wel compleet, want op ’t laatst had hij minder dan 2 minuten bedenktijd tegenover Johan ruim 20. Het was wel verwonderlijk om te zien hoe snel Rex opeens bleek te kunnen beslissen, zo snel vlogen zijn stukken over het bord. Maar zijn ervaren, kalm blijvende- en vooral uitstekende tegenstander, weigerde mee te vluggeren en zat er totaal niet mee dat ook zijn klok op een gegeven moment minder dan 10 minuten aangaf: hij kon zijn voordeeltje rustig uitbouwen naar een hele pion. Tegen een mindere tegenstander zou Rex het nog wel hebben kunnen redden, maar tegen Johan Quist was het allemaal net te veel van het goede: 3-Torens kwam terug op 2½ - 3½. Rex gaf natuurlijk direct toe dat zijn tijdverdeling vanavond slecht was, maar wie kan hem kwalijk nemen dat hij verloor van deze gerenommeerde tegenstander?
Theo had een hectische dag achter de rug en verscheen daarom slecht voorbereid achter zijn bord. Maar toch ging hij, met zwart spelend aan bord 8, moedig de strijd aan. Helaas had hij de uitstekende vorm die hij de laatste competitiewedstrijd getoond had dit keer thuisgelaten, Theo greep mis en verloor een pion.
Op zich is zoiets geen ramp, maar als je zèlf 4 verbonden pionnen hebt tegenover 3 verbonden pionnen van de tegenstander, die op zijn beurt op de andere vleugel 2 verbonden pionnen tegenover 0 pionnen heeft, dan is de verhouding zoek. Ik kon dus slechts hopen op een mirakel en wendde mijn blijk af naar de zenuwenstrijd die Marco intussen aan het voeren was. Er kwam helaas geen onverwachte kreet van “Theo heeft gewonnen!”.
Hoe dat afgelopen is weten we inmiddels en ik kom tot de slotsom dat enkele Rokadospelers deze avond hun niveau niet haalden, terwijl anderen aan de hoge verwachtingen voldeden of in ieder geval wat meer geluk hadden. Mijn dank gaat verder uit naar Jos die probeerde mij vol te stouwen met bier zodat ik geen fatsoenlijk stuk zou kunnen schrijven – wat mij overigens sowieso nooit lukt - en tenslotte wil ik twee schakers nog wel even genoemd hebben: Frank vanwege zijn geweldige prestatie, de remise tegen Jan de Wit, en Ben vanwege zijn indrukwekkende spel alsmede zijn daardoor inmiddels imposante reeks van 4 uit 4.
Hierover schrijven was mij een waar genoegen.
Leo van Rhijn
Was een blog (2007-2018) over de opmars van een schaakvereniging uit Nieuw-Beijerland.
dinsdag 18 december 2012
maandag 17 december 2012
Rokado door oog van de naald tegen sterk 3-Torens! (1)
De stand was 3½-3½ en het was de partij van de met zwart spelende Marco op bord 4 die de beslissing moest brengen. Na op de 13de zet een pion gewonnen te hebben koos hij ervoor om de stelling dicht te houden, waar het openen van de stelling met e6 sterk was geweest. Het verdubbelen van de torens op de b-lijn leverde hem niets op en wit bouwde rustig aan de centrumopstoot e5. Marco, prominent aanvoerder van Checkmate 1, de trots van het Noord-Brabantse Weert, had eerder op de avond zelfs even een tijdsvoordeel van maar liefst 40 minuten gehad, maar kwam langzamerhand moeilijker te staan en ging steeds meer tijd gebruiken om de problemen het hoofd te kunnen bieden.
Nadat het centrum uiteindelijk open barstte en de stofwolken waren opgetrokken veranderde het slot van de partij (mede door de beslissende invloed die de uitslag op de eindscore “3-Torens-Rokado” zou hebben) in een zinderend tijdnoodgevecht waarin de stukken leken op rondslingerende explosieven, geactiveerd door een digitaal tijdbommechanisme waarop twee neuroten zich afreageerden na een explosief verplaatst te hebben.
Het was een complete chaos die nog verergerd werd door de niet in Marco’s voordeel werkende klok: tot tweemaal toe liep zijn tijd door nadat hij deze ingedrukt had; misschien iets te hard zodat het ingedrukte geval weer omhoog schoot. Zelfs de onreglementaire zet en 2 extra minuten voor wit ontbraken niet voordat de beslissing viel, maar voor de toeschouwers was het een spektakel waarbij de zenuwen door de kelen gierden. Marco had toen nog 28 seconden om de winst binnen te rammen.
En dan te bedenken dat dit allemaal voorkomen had kunnen worden omdat wit even daarvoor, toen hij nog 8 minuten denktijd had, remise had aangeboden op het moment dat Marco nog 5½ minuut had … maar de hoop van Rokado moest het aanbod afslaan omdat zijn teamgenoten vonden dat hij voor de winst moest gaan!
De stelling die ik achteraf van Marco mocht oppikken was deze:
Met nog 3½ minuut voor de rest van de partij besloot Marco tot 1 … Dg5. Wit ontweek dameruil (vrij verrassend trouwens is dat 2. Pf6! verreweg het beste antwoord is op het gespeelde 1. … Dg5 ) en na vele verwarrende zetten kon Marco uiteindelijk via Dg3 de dames ruilen, binnenkomen op b2 en twee c-pionnen doen promoveren tot dame. De eerste dame moest worden geofferd tegen een toren terwijl de tweede zijn eigen toren te hulp schoot bij het matzetten van de witte koning, zo’n 10 seconden voordat zwarts vlag zou vallen.
Marco had gewonnen … Rokado had gewonnen en je kan moeilijk beweren dat de overwinning van Rokado niet zwaar bevochten was!
Eindstand 3-Torens – Rokado 3½ - 4½.
Het was allemaal begonnen met een tegenvaller. Hans, spelend aan bord 3 met wit en publieksspeler pur sang, was zoals gewoonlijk als een raket uit de startblokken geschoten. Met een pionoffer maakte hij onmiddellijk zijn agressieve bedoelingen duidelijk. Terwijl de meesten nog in de ‘elkaar aftastende opbouwfase’ zaten stond bij Hans het bord alweer in brand. Hij had een pion naar f5 geschoven om zwarts gepantserde koningsvleugel op te blazen, maar zijn tegenstander attaqueerde sterk met Db6, daarmee onder andere dreigend een stuk te winnen met het aftrekschaakje c5-c4. De spanning op f5 hield aan, er werden wat paarden van stal gehaald en na 25 zetten was, met wit aan zet, de volgende stelling bereikt:
Hier overspeelde Hans dit keer echter zijn hand, zijn 26. Pxh7 zag er leuk uit voor de kijkers maar het stuk kreeg hij niet meer terug en compensatie was ver te zoeken. Wit had gewoon eenvoudig 26. fxg6 moeten spelen, dan is het zwart die na 26. … fxg6 27. Txf8+ Pxf8 28. Df3 telkens de juiste verdediging moet zoeken om gelijkspel te houden. Wit had dan zelfs kunnen hopen op groot voordeel na het foutieve 26. … hxg6 vanwege het sterke 27. De1! (met het voor de hand liggende 27. Dg4 geeft wit zijn voordeel weg door 27. … f5!)
Na 26. Pxh7? Volgde … Kxh7 en de beste kans voor wit zou zijn geweest om na 27. fxg6+ fxg6 28. Lxg6+ Kg8 te vervolgen met 29. Lf4.
Hoe dan ook, de onverwachte nederlaag van Hans kwam als een onprettige verrassing en was een streep door de Rokado-rekening: 1-0 voor 3-Torens.
Intussen stond Ben, spelend aan bord 6, gelukkig al uitstekend.
Na zijn 13e zet (Ben had dus zwart) stond het als volgt:
Wit dacht hier veilig e4-e5 te kunnen spelen, omdat zwarts dame na de slagwisseling op e5 onprettig op de torenlijn komt te staan. Er volgde 14. e5(?) dxe5; 15. dxe5 Pxe5 16. Pxe5 Dxe5 En nu de clou van wits plan: 17. Lxb5?
Minder slecht zou 17. Lf3 geweest zijn met als mogelijk vervolg 17. … Db8/c7 18. Lxb7 Dxb7 en na 19. Te5 of De3 mag wit nog hoop koesteren.
Na 17 Lxb5 stond dus de volgende stelling op het bord:
Wit heeft z’n pion terug maar de partij verloren, want Ben antwoordde met de winnende zet 17...Dd4! De zet die alle hoop voor wit de bodem in slaat. Er volgde nog:18. Ld3 c4 19. Pe2 Ziet er logisch uit maar verliest sneller dan bv. 19. Txe7 Tab8 20. Tad1 19...Dd6 20. Dg5 cxd3 21. Pg3 Dd5!
0 – 1 en Rokado terug op 1 - 1
Frank wilde nog niets weten van een tactische opstelling waarover vooraf hevig gediscussieerd werd binnen Rokado. Hij wilde juist graag eventueel schaken tegen Jan de Wit, wiens rating zo rond de 2400 schommelt. Een echte uitdaging voor de afwisseling, want spelend voor De Raadsheer in de Brabantse promotieklasse bijvoorbeeld, kan Frank slechts twee tegenstanders treffen met een iets hogere KNSB-rating dan hijzelf (uitgezocht door uw verslaggever).
Dat zal ook de reden zijn dat Frank hunkert naar een eventuele promotie van Rokado naar de 2e klasse KNSB: dan kan hij zich eindelijk optrekken aan de tegenstander(s)! Wat dat betreft blijft het waarschijnlijk smachten naar een spoedige promotie van de SV Checkmate uit Weert. Wij smachten allemaal hevig mee.
Frank speelde dus met wit aan bord 1 en uiteraard kan en durf ik de partij tussen beide matadoren niet te becommentariëren, ik kan slechts melden dat Frank het uitstekend deed en er een welverdiende remise uitsleepte. Jan liet aan de analysetafel nog zien waarom hij niet c5x d4 kon spelen, hetgeen voor mij aantoonde dat Frank zich uitstekend in de stelling gebeten had. De tussenstand was nu 1½-1½ en een snelle blik op de overige borden gaf aan dat het nog alle kanten op kon.
(wordt vervolgd)
L. van Rhijn
Nadat het centrum uiteindelijk open barstte en de stofwolken waren opgetrokken veranderde het slot van de partij (mede door de beslissende invloed die de uitslag op de eindscore “3-Torens-Rokado” zou hebben) in een zinderend tijdnoodgevecht waarin de stukken leken op rondslingerende explosieven, geactiveerd door een digitaal tijdbommechanisme waarop twee neuroten zich afreageerden na een explosief verplaatst te hebben.
Het was een complete chaos die nog verergerd werd door de niet in Marco’s voordeel werkende klok: tot tweemaal toe liep zijn tijd door nadat hij deze ingedrukt had; misschien iets te hard zodat het ingedrukte geval weer omhoog schoot. Zelfs de onreglementaire zet en 2 extra minuten voor wit ontbraken niet voordat de beslissing viel, maar voor de toeschouwers was het een spektakel waarbij de zenuwen door de kelen gierden. Marco had toen nog 28 seconden om de winst binnen te rammen.
En dan te bedenken dat dit allemaal voorkomen had kunnen worden omdat wit even daarvoor, toen hij nog 8 minuten denktijd had, remise had aangeboden op het moment dat Marco nog 5½ minuut had … maar de hoop van Rokado moest het aanbod afslaan omdat zijn teamgenoten vonden dat hij voor de winst moest gaan!
De stelling die ik achteraf van Marco mocht oppikken was deze:
Met nog 3½ minuut voor de rest van de partij besloot Marco tot 1 … Dg5. Wit ontweek dameruil (vrij verrassend trouwens is dat 2. Pf6! verreweg het beste antwoord is op het gespeelde 1. … Dg5 ) en na vele verwarrende zetten kon Marco uiteindelijk via Dg3 de dames ruilen, binnenkomen op b2 en twee c-pionnen doen promoveren tot dame. De eerste dame moest worden geofferd tegen een toren terwijl de tweede zijn eigen toren te hulp schoot bij het matzetten van de witte koning, zo’n 10 seconden voordat zwarts vlag zou vallen.
Marco had gewonnen … Rokado had gewonnen en je kan moeilijk beweren dat de overwinning van Rokado niet zwaar bevochten was!
Eindstand 3-Torens – Rokado 3½ - 4½.
Het was allemaal begonnen met een tegenvaller. Hans, spelend aan bord 3 met wit en publieksspeler pur sang, was zoals gewoonlijk als een raket uit de startblokken geschoten. Met een pionoffer maakte hij onmiddellijk zijn agressieve bedoelingen duidelijk. Terwijl de meesten nog in de ‘elkaar aftastende opbouwfase’ zaten stond bij Hans het bord alweer in brand. Hij had een pion naar f5 geschoven om zwarts gepantserde koningsvleugel op te blazen, maar zijn tegenstander attaqueerde sterk met Db6, daarmee onder andere dreigend een stuk te winnen met het aftrekschaakje c5-c4. De spanning op f5 hield aan, er werden wat paarden van stal gehaald en na 25 zetten was, met wit aan zet, de volgende stelling bereikt:
Hier overspeelde Hans dit keer echter zijn hand, zijn 26. Pxh7 zag er leuk uit voor de kijkers maar het stuk kreeg hij niet meer terug en compensatie was ver te zoeken. Wit had gewoon eenvoudig 26. fxg6 moeten spelen, dan is het zwart die na 26. … fxg6 27. Txf8+ Pxf8 28. Df3 telkens de juiste verdediging moet zoeken om gelijkspel te houden. Wit had dan zelfs kunnen hopen op groot voordeel na het foutieve 26. … hxg6 vanwege het sterke 27. De1! (met het voor de hand liggende 27. Dg4 geeft wit zijn voordeel weg door 27. … f5!)
Na 26. Pxh7? Volgde … Kxh7 en de beste kans voor wit zou zijn geweest om na 27. fxg6+ fxg6 28. Lxg6+ Kg8 te vervolgen met 29. Lf4.
Hoe dan ook, de onverwachte nederlaag van Hans kwam als een onprettige verrassing en was een streep door de Rokado-rekening: 1-0 voor 3-Torens.
Intussen stond Ben, spelend aan bord 6, gelukkig al uitstekend.
Na zijn 13e zet (Ben had dus zwart) stond het als volgt:
Wit dacht hier veilig e4-e5 te kunnen spelen, omdat zwarts dame na de slagwisseling op e5 onprettig op de torenlijn komt te staan. Er volgde 14. e5(?) dxe5; 15. dxe5 Pxe5 16. Pxe5 Dxe5 En nu de clou van wits plan: 17. Lxb5?
Minder slecht zou 17. Lf3 geweest zijn met als mogelijk vervolg 17. … Db8/c7 18. Lxb7 Dxb7 en na 19. Te5 of De3 mag wit nog hoop koesteren.
Na 17 Lxb5 stond dus de volgende stelling op het bord:
Wit heeft z’n pion terug maar de partij verloren, want Ben antwoordde met de winnende zet 17...Dd4! De zet die alle hoop voor wit de bodem in slaat. Er volgde nog:18. Ld3 c4 19. Pe2 Ziet er logisch uit maar verliest sneller dan bv. 19. Txe7 Tab8 20. Tad1 19...Dd6 20. Dg5 cxd3 21. Pg3 Dd5!
0 – 1 en Rokado terug op 1 - 1
Frank wilde nog niets weten van een tactische opstelling waarover vooraf hevig gediscussieerd werd binnen Rokado. Hij wilde juist graag eventueel schaken tegen Jan de Wit, wiens rating zo rond de 2400 schommelt. Een echte uitdaging voor de afwisseling, want spelend voor De Raadsheer in de Brabantse promotieklasse bijvoorbeeld, kan Frank slechts twee tegenstanders treffen met een iets hogere KNSB-rating dan hijzelf (uitgezocht door uw verslaggever).
Dat zal ook de reden zijn dat Frank hunkert naar een eventuele promotie van Rokado naar de 2e klasse KNSB: dan kan hij zich eindelijk optrekken aan de tegenstander(s)! Wat dat betreft blijft het waarschijnlijk smachten naar een spoedige promotie van de SV Checkmate uit Weert. Wij smachten allemaal hevig mee.
Frank speelde dus met wit aan bord 1 en uiteraard kan en durf ik de partij tussen beide matadoren niet te becommentariëren, ik kan slechts melden dat Frank het uitstekend deed en er een welverdiende remise uitsleepte. Jan liet aan de analysetafel nog zien waarom hij niet c5x d4 kon spelen, hetgeen voor mij aantoonde dat Frank zich uitstekend in de stelling gebeten had. De tussenstand was nu 1½-1½ en een snelle blik op de overige borden gaf aan dat het nog alle kanten op kon.
(wordt vervolgd)
L. van Rhijn
maandag 26 november 2012
Rokado schaamteloos naar 4-0 zege
De bekerwedstrijd die Rokado afgelopen vrijdag in één van de speelzalen van het roemruchte Charlois Europoort afwerkte tegen Fianchetto, was ondanks de uitslag een zenuwslopende belevenis.
Als zeer geïnteresseerde buitenstaander had ik de eer om een verslag te mogen schrijven over de confrontatie tussen Rokado, de dit jaar nog ongeslagen promotieklasser, en het eveneens nog zonder puntverlies in de eerste klasse opererende Fianchetto.
Hoewel twee van de vier Rokadospelers nog onderweg waren van Brabant naar Rotterdam-Zuid, waar zoals gebruikelijk alle straten op de route naar de schaakzaal opgebroken waren, werden de klokken aangezet voor de aftrap.
In elk geval liep Ben, tegenwoordig ook uitkomend voor het blijkbaar immens populaire Korendijkse Rokado, al vrolijk rond, zodat hij eventueel als reserve ingezet zou kunnen worden. Ben als reservespeler van Rokado? Jawel, en we hebben het hier nota bene over de tweevoudig clubkampioen van Charlois Europoort …
Rick, spelend met wit aan bord 3, zette zijn partij rustig op, waardoor zich na verloop van tijd een zuiver positioneel gevecht ontwikkelde. Met een aantal scherpe damezetten wist hij zijn tegenstander op te zadelen met een dubbelpion op de b-lijn. Nadat de dames in de doos verdwenen en de witte toren, ondersteund door een briesend paard de zwarte koningsstelling binnendrong, begon Rick, met de nodige tussenschaakjes, aan het oppeuzelen van weerloze pionnen en kwam de volgende stelling op het bord (stelling is hier na te spelen):
Natuurlijk is dit objectief gezien een gewonnen stelling voor wit, maar het blijft oppassen want een promoverende zwarte b-pion kan nog roet in het witte eten gooien. Beide spelers hadden inmiddels trouwens voldoende tijd besteed om niet meer rustig achterover leunend alle mogelijke zetten te kunnen overwegen, er moest gewoon snel beslist worden.
Ben en ik keken onmiddellijk naar het veilige 1. Pd4 met als mogelijk vervolg … b4 2. Pc2 Tb3 3. Tf4 Tb2 4. Pxb4 en wit zal op den duur wel winnen. Rick, moedig maar soms roekeloos wordend achter een schaakbord, wilde echter van zijn eigen kansen uitgaan en koos voor het riskant ogende 1. h5!
Dat uitroepteken staat er niet zomaar, ik zette bovenstaande stelling namelijk in Fritz13 en deze onderzocht onmiddellijk 1. Pxh6 en 1. h5, de zet van Rick, die uiteindelijk zelfs de voorkeur kreeg met een plus van ruim 5 punten, zeg maar een volle toren.
Als zwart na deze witte krachtzet gaat rennen met zijn b-pion, 1. … b4 dus, zou dat eigenlijk tot een snel mat hebben moeten leiden na bijvoorbeeld 2. Pxh6+ Kh8 3. g4 b3 4 g5 b2 5 Tf8+ Kg7 6. Tf7+ Kh8 7 g6 b1(D) en 8. Th7 mat, maar het is begrijpelijk dat Rick, die in de gauwigheid had gezien dat hij één zet eerder promoveerde dan zwart, koos voor het snel opstomen van zijn h-pion. Na twee promoties en veel ren- en weinig rekenwerk, stond het als volgt met wit aan zet:
Alle fatsoenlijke zetten winnen nu uiteraard, maar met niet heel veel tijd meer op beide klokken koos Rick voor De8+, één van de zetten die naar de winst zou leiden constateerde ik voordat ik even iets noodzakelijks moest doen. De snelste winst blijkt achteraf 1. Tg6+ Kxf5 (anders loopt hij nog sneller mat) 2. Df6+ Ke4 3. Dd4+ Kf5 4. Dg4+ Ke5 5. De6 mat.
Zelf – jawel, als buitenstaander mag ik ook mijn mening geven - keek ik onmiddellijk naar 1. Te7+ omdat … Kxf5 niet alleen tot direct dameverlies kon leiden, maar vooral snel mat loopt vanwege 2. De5+ Kg4 3. f3+ Kh4 4. g3 mat. Na 1. … Kd5 echter duurt het dan weer wat langer maar hoe dan ook, het doet allemaal niets af aan de fraaie zege van Rick die hiermee de 1-0 op het bord zette.
Hans heeft een wat ruigere speelstijl dan de gemiddelde ploeteraar achter een schaakbord. Hij offert graag pionnen in de opening, waarbij het hem niet uitmaakt of hij met wit of met zwart speelt. Het vervelende daarbij is dat je zijn pionoffers beter kunt aannemen, op straffe van nòg slechter te komen staan. Ik verdenk Hans er zèlfs van dat hij het liefst begint met 7 in plaats van 8 pionnen op een rij, zo’n pion staat vaak namelijk slechts je eigen stukken in de weg. Door omstandigheden arriveerde Hans een kwartiertje te laat, maar door snel een pion te offeren en zijn tegenstander daarmee aan het denken te zetten, had hij al gauw 20 minuten méér bedenktijd over dan zijn opponent. De stelling zag er toen al onorthodox uit, beide koningsvleugels waren volkomen onontwikkeld en Hans, met zwart spelend, haalde zijn op f5 aangevallen loper terug naar e6. Op dat moment had wit echter een sterke zet, Pc3-d5 waardoor zwarts dame op a5 aangevallen stond door de witte loper op d2.
(hier na te spelen:)
Na 1. Pc3-d5 … Lb4 2. Pxb4 Pxb4 3. a3 (de te verwachten zet .... is dit de beste? nee, zie verderop) Txd2 4. Kxd2 Pf6 5. axb4 (5. f3 Ke7 6. axb4 Thd8+ 7. Ld3 Dxb4+ 8. Ke3 Lc4 9. Ta3 Dxb2 10. Da4 Dc1+ 11.Ke2 enz.) 5. … Dxb4+ 6. Kc1 Pxe4 7. Ta4 Dc5+ 8. Dc2 Dxc2 9. Kxc2 Pxf2 10. Txa7 0-0 ziet het er remiseachtig uit, maar wit moet dan ook niet 3. a3 spelen, maar 3. Pf3!
Nu is 3 … Txd2 verliezend, want na 4. Pxd2 Pf6 5. a3 Pc6 6. Df3 (of c2) 0-0 7. Dc3 blijft zwart een kwaliteit en een pion achter. Hoe dan ook, wit speelde niet Pc3-d5, de zet die hij waarschijnlijk lang onderzocht, maar het ook niet slechte Lb5. Hans liet vervolgens echter zien dat hij uitstekend met dit soort stellingen kan omgaan en toverde uiteindelijk een gewonnen positie op het bord, door na 2 pionnen veroverd te hebben met twee sterke paarden de witte stelling binnen te galopperen en daar via een kwaliteitsoffer, gevolgd door een vork, een paard te winnen. Om het zichzelf makkelijk te maken offerde hij dat paard direct weer voor een pion om een glad gewonnen toreneindspel met 3 pluspionnen te krijgen. Dat was dus een dikverdiende 2-0 voor Rokado.
Frank, die in dezelfde auto als Hans richting Rotterdam-Zuid was afgereisd, begon eveneens met een kwartiertje minder tijd op de klok. Hij speelde met wit aan bord 1 en leverde al gauw een paar pionnen in, waarschijnlijk om gevaarlijke dreigingen te krijgen, ik weet het niet, misschien moest hij ze wel geven om spel te houden, ik was er even niet bij. Het geval wil namelijk dat ik, voordat ik mij op de stellingen zou storten, eerst even een luchtje wilde scheppen. Ik kende de locale situatie bij Charlois Europoort, waar Rokado deze bekerwedstrijd mocht afhandelen, alleen niet zo goed. Ik liep de trap af naar de deur waardoor wij binnen waren gekomen –ik had daarbij niets bijzonders opgemerkt, behalve dat we bij aankomst vriendelijk verwelkomd werden door iemand die ik, als buitenstaander, natuurlijk niet kende-. Hoe dan ook, ik stapte naar buiten en liet de deur achter mij dichtvallen. Opeens vroeg ik mij echter af of ik diezelfde deur nog wel kon openen … nee dus, en daar stond ik dan als echte buitenstaander … buiten!
Wat moest ik doen, wachten totdat er iemand naar uitgeschaakt was? Dat kon wel eens lang duren zo vroeg op de avond. Ik had wel een telefoon bij me, maar bij degenen die ik zou moeten bellen stond die natuurlijk uit. Aangezien het behoorlijk donker was rondom de deur kostte het me de nodige tijd om te ontdekken dat er zich nergens een bel bevond. Maar ik moest natuurlijk wel binnen zien te komen want het was mijn taak om een deskundig lijkend verslagje te schrijven, in plaats van zomaar wat te verzinnen omdat ik tijdens de partijen nu eenmaal buiten had gestaan. Ik moest iemand waarschuwen, en heel even schoot het door m’n hoofd om steentjes tegen het raam van de eerste verdieping te gooien. De enige stenen die ik echter zag waren stoeptegels, en toevallig had ik nou uitgerekend vandaag mijn breekijzer niet bij me om die los te kunnen wrikken. Dus besloot ik eerst uit te zoeken of ik misschien via de andere kant binnen kon komen. Vergeefs. Terug maar weer en verder kijken of ik iets kon vinden en ja, uiteindelijk vond ik een knopje dat wellicht een functionerende bel zou kunnen zijn. Bij een andere deur , wat verderop. Direct nadat ik erop drukte kwam een redder in nood mij verlossen uit mijn benarde buitensituatie. Zo kwam er een einde aan het luchtje scheppen en kon ik opgelucht de schaakarena weer binnenstappen om de partij van Frank, inmiddels drie geofferde(?) pionnen en wat mij betreft een mistbank verder, opnieuw te aanschouwen.
Wat ik zag maakte me niet vrolijk, zijn witte koning stond akelig op de tocht en hij had weliswaar wat zware stukken rondom zijn monarch geplaatst, maar beschermende pionnen waren in geen velden of wegen te bekennen. Zwart loerde met een dame en een paard op een kans om Franks koning onderuit te halen, maar de kopman van Rokado kon via de open h-lijn misschien nog wat aanvallends ondernemen.
Plotseling offerde de Frank zijn toren op f7. Deze kon zwart moeilijk met zijn koning nemen vanwege Lxg6 waarop de zwarte dame op d4 zou sneuvelen. Andere stukken om de toren te nemen waren er trouwens niet, dus kon Frank deze toren vervolgens op b7 posteren en opeens had hij goede tegenkansen, zoals via de f- of de h-lijn met zijn dame beslissend de zevende rij binnendringen. Het belang van het torenoffer op f7 bleek echter niet zozeer de kracht van de zet, want de aanval sloeg niet door, maar uiteindelijk was het vooral de hoeveelheid tijd die de zwartspeler besteedde aan het berekenen van de ontstane mogelijkheden. Nadat deze erin geslaagd was de dreigingen tegen zijn zwarte koning weg te nemen kon zijn toren, via de inmiddels geopende d-lijn, zijn dame en paard een handje helpen bij het mat zetten van wit. Helaas voor de zwartspeler had hij echter nog zo weinig tijd over, dat Frank niet eens meer een weliswaar hevig schaak gevende, maar verder vooral op een gedekt veld staande dame van het bord hoefde te graaien: de vlag zou hem een halve seconde later immers als winnaar aanwijzen?
Een beetje mazzel af en toe moet kunnen, schaamt u zich vooral niet voor deze zege, 3-0 voor Rokado en op naar de volgende ronde!
Maar eerst nog even naar de partij van Marco. De nog maar twee dagen daarvoor speciaal voor deze partij uit het Verre Oosten teruggevlogen Rokadospeler had zwart aan bord 4. De witspeler opende met een gambiet zodat Marco, ik zeg dit voor de leken onder de lezers, direct met een pion meer speelde. Wit speelde het echter uitstekend en kon verscheidene dreigingen in zijn stelling weven, maar ook Marco liet zich wat dat betreft niet onbetuigd; hoe dan ook, de kansenverhouding bleef wat mij betreft te onduidelijk om te kunnen zeggen wie er nu eigenlijk beter stond. Marco wist de toch wat riskant ogende gevaren op zijn koningsvleugel te beteugelen door, zoals gebruikelijk bij hem, extra tijd te steken in het opspeuren van verraderlijke zetten en besloot toen de tijd daar rijp voor was zijn pion terug te geven. Aan de analysetafel waren de meningen verdeeld over de noodzaak hiervan, maar Marco haalde met zijn strategie uiteindelijk wèl de angel uit de stelling van zijn opponent. Onze wereldreiziger kreeg steeds meer spel, nam het initiatief over en won de geïnvesteerde tijd tenslotte dubbel en dwars terug. De beslissing viel uiteindelijk na een reeks van subtiele zetjes en irritante schaakjes, zo snel uitgevoerd dat Marco’s in tijdnood verkerende tegenstander door de bomen het bos niet meer zag. Niet zo vreemd als je bedenkt dat schakers in de laatste fase van hun partij doorgaans trekken beginnen te vertonen van aan ADHD lijdende houthakkers. Marco bepaalde de eindstand hiermee dus op 4-0 en niemand van Rokado zal er in de toekomst om malen dat deze klinkende zege misschien wel enigszins geflatteerd was.
De Buitenstaander
Ook op de site van Fianchetto staat een verslag
Als zeer geïnteresseerde buitenstaander had ik de eer om een verslag te mogen schrijven over de confrontatie tussen Rokado, de dit jaar nog ongeslagen promotieklasser, en het eveneens nog zonder puntverlies in de eerste klasse opererende Fianchetto.
Hoewel twee van de vier Rokadospelers nog onderweg waren van Brabant naar Rotterdam-Zuid, waar zoals gebruikelijk alle straten op de route naar de schaakzaal opgebroken waren, werden de klokken aangezet voor de aftrap.
In elk geval liep Ben, tegenwoordig ook uitkomend voor het blijkbaar immens populaire Korendijkse Rokado, al vrolijk rond, zodat hij eventueel als reserve ingezet zou kunnen worden. Ben als reservespeler van Rokado? Jawel, en we hebben het hier nota bene over de tweevoudig clubkampioen van Charlois Europoort …
Rick, spelend met wit aan bord 3, zette zijn partij rustig op, waardoor zich na verloop van tijd een zuiver positioneel gevecht ontwikkelde. Met een aantal scherpe damezetten wist hij zijn tegenstander op te zadelen met een dubbelpion op de b-lijn. Nadat de dames in de doos verdwenen en de witte toren, ondersteund door een briesend paard de zwarte koningsstelling binnendrong, begon Rick, met de nodige tussenschaakjes, aan het oppeuzelen van weerloze pionnen en kwam de volgende stelling op het bord (stelling is hier na te spelen):
Natuurlijk is dit objectief gezien een gewonnen stelling voor wit, maar het blijft oppassen want een promoverende zwarte b-pion kan nog roet in het witte eten gooien. Beide spelers hadden inmiddels trouwens voldoende tijd besteed om niet meer rustig achterover leunend alle mogelijke zetten te kunnen overwegen, er moest gewoon snel beslist worden.
Ben en ik keken onmiddellijk naar het veilige 1. Pd4 met als mogelijk vervolg … b4 2. Pc2 Tb3 3. Tf4 Tb2 4. Pxb4 en wit zal op den duur wel winnen. Rick, moedig maar soms roekeloos wordend achter een schaakbord, wilde echter van zijn eigen kansen uitgaan en koos voor het riskant ogende 1. h5!
Dat uitroepteken staat er niet zomaar, ik zette bovenstaande stelling namelijk in Fritz13 en deze onderzocht onmiddellijk 1. Pxh6 en 1. h5, de zet van Rick, die uiteindelijk zelfs de voorkeur kreeg met een plus van ruim 5 punten, zeg maar een volle toren.
Als zwart na deze witte krachtzet gaat rennen met zijn b-pion, 1. … b4 dus, zou dat eigenlijk tot een snel mat hebben moeten leiden na bijvoorbeeld 2. Pxh6+ Kh8 3. g4 b3 4 g5 b2 5 Tf8+ Kg7 6. Tf7+ Kh8 7 g6 b1(D) en 8. Th7 mat, maar het is begrijpelijk dat Rick, die in de gauwigheid had gezien dat hij één zet eerder promoveerde dan zwart, koos voor het snel opstomen van zijn h-pion. Na twee promoties en veel ren- en weinig rekenwerk, stond het als volgt met wit aan zet:
Alle fatsoenlijke zetten winnen nu uiteraard, maar met niet heel veel tijd meer op beide klokken koos Rick voor De8+, één van de zetten die naar de winst zou leiden constateerde ik voordat ik even iets noodzakelijks moest doen. De snelste winst blijkt achteraf 1. Tg6+ Kxf5 (anders loopt hij nog sneller mat) 2. Df6+ Ke4 3. Dd4+ Kf5 4. Dg4+ Ke5 5. De6 mat.
Zelf – jawel, als buitenstaander mag ik ook mijn mening geven - keek ik onmiddellijk naar 1. Te7+ omdat … Kxf5 niet alleen tot direct dameverlies kon leiden, maar vooral snel mat loopt vanwege 2. De5+ Kg4 3. f3+ Kh4 4. g3 mat. Na 1. … Kd5 echter duurt het dan weer wat langer maar hoe dan ook, het doet allemaal niets af aan de fraaie zege van Rick die hiermee de 1-0 op het bord zette.
Hans heeft een wat ruigere speelstijl dan de gemiddelde ploeteraar achter een schaakbord. Hij offert graag pionnen in de opening, waarbij het hem niet uitmaakt of hij met wit of met zwart speelt. Het vervelende daarbij is dat je zijn pionoffers beter kunt aannemen, op straffe van nòg slechter te komen staan. Ik verdenk Hans er zèlfs van dat hij het liefst begint met 7 in plaats van 8 pionnen op een rij, zo’n pion staat vaak namelijk slechts je eigen stukken in de weg. Door omstandigheden arriveerde Hans een kwartiertje te laat, maar door snel een pion te offeren en zijn tegenstander daarmee aan het denken te zetten, had hij al gauw 20 minuten méér bedenktijd over dan zijn opponent. De stelling zag er toen al onorthodox uit, beide koningsvleugels waren volkomen onontwikkeld en Hans, met zwart spelend, haalde zijn op f5 aangevallen loper terug naar e6. Op dat moment had wit echter een sterke zet, Pc3-d5 waardoor zwarts dame op a5 aangevallen stond door de witte loper op d2.
(hier na te spelen:)
Na 1. Pc3-d5 … Lb4 2. Pxb4 Pxb4 3. a3 (de te verwachten zet .... is dit de beste? nee, zie verderop) Txd2 4. Kxd2 Pf6 5. axb4 (5. f3 Ke7 6. axb4 Thd8+ 7. Ld3 Dxb4+ 8. Ke3 Lc4 9. Ta3 Dxb2 10. Da4 Dc1+ 11.Ke2 enz.) 5. … Dxb4+ 6. Kc1 Pxe4 7. Ta4 Dc5+ 8. Dc2 Dxc2 9. Kxc2 Pxf2 10. Txa7 0-0 ziet het er remiseachtig uit, maar wit moet dan ook niet 3. a3 spelen, maar 3. Pf3!
Nu is 3 … Txd2 verliezend, want na 4. Pxd2 Pf6 5. a3 Pc6 6. Df3 (of c2) 0-0 7. Dc3 blijft zwart een kwaliteit en een pion achter. Hoe dan ook, wit speelde niet Pc3-d5, de zet die hij waarschijnlijk lang onderzocht, maar het ook niet slechte Lb5. Hans liet vervolgens echter zien dat hij uitstekend met dit soort stellingen kan omgaan en toverde uiteindelijk een gewonnen positie op het bord, door na 2 pionnen veroverd te hebben met twee sterke paarden de witte stelling binnen te galopperen en daar via een kwaliteitsoffer, gevolgd door een vork, een paard te winnen. Om het zichzelf makkelijk te maken offerde hij dat paard direct weer voor een pion om een glad gewonnen toreneindspel met 3 pluspionnen te krijgen. Dat was dus een dikverdiende 2-0 voor Rokado.
Frank, die in dezelfde auto als Hans richting Rotterdam-Zuid was afgereisd, begon eveneens met een kwartiertje minder tijd op de klok. Hij speelde met wit aan bord 1 en leverde al gauw een paar pionnen in, waarschijnlijk om gevaarlijke dreigingen te krijgen, ik weet het niet, misschien moest hij ze wel geven om spel te houden, ik was er even niet bij. Het geval wil namelijk dat ik, voordat ik mij op de stellingen zou storten, eerst even een luchtje wilde scheppen. Ik kende de locale situatie bij Charlois Europoort, waar Rokado deze bekerwedstrijd mocht afhandelen, alleen niet zo goed. Ik liep de trap af naar de deur waardoor wij binnen waren gekomen –ik had daarbij niets bijzonders opgemerkt, behalve dat we bij aankomst vriendelijk verwelkomd werden door iemand die ik, als buitenstaander, natuurlijk niet kende-. Hoe dan ook, ik stapte naar buiten en liet de deur achter mij dichtvallen. Opeens vroeg ik mij echter af of ik diezelfde deur nog wel kon openen … nee dus, en daar stond ik dan als echte buitenstaander … buiten!
Wat moest ik doen, wachten totdat er iemand naar uitgeschaakt was? Dat kon wel eens lang duren zo vroeg op de avond. Ik had wel een telefoon bij me, maar bij degenen die ik zou moeten bellen stond die natuurlijk uit. Aangezien het behoorlijk donker was rondom de deur kostte het me de nodige tijd om te ontdekken dat er zich nergens een bel bevond. Maar ik moest natuurlijk wel binnen zien te komen want het was mijn taak om een deskundig lijkend verslagje te schrijven, in plaats van zomaar wat te verzinnen omdat ik tijdens de partijen nu eenmaal buiten had gestaan. Ik moest iemand waarschuwen, en heel even schoot het door m’n hoofd om steentjes tegen het raam van de eerste verdieping te gooien. De enige stenen die ik echter zag waren stoeptegels, en toevallig had ik nou uitgerekend vandaag mijn breekijzer niet bij me om die los te kunnen wrikken. Dus besloot ik eerst uit te zoeken of ik misschien via de andere kant binnen kon komen. Vergeefs. Terug maar weer en verder kijken of ik iets kon vinden en ja, uiteindelijk vond ik een knopje dat wellicht een functionerende bel zou kunnen zijn. Bij een andere deur , wat verderop. Direct nadat ik erop drukte kwam een redder in nood mij verlossen uit mijn benarde buitensituatie. Zo kwam er een einde aan het luchtje scheppen en kon ik opgelucht de schaakarena weer binnenstappen om de partij van Frank, inmiddels drie geofferde(?) pionnen en wat mij betreft een mistbank verder, opnieuw te aanschouwen.
Wat ik zag maakte me niet vrolijk, zijn witte koning stond akelig op de tocht en hij had weliswaar wat zware stukken rondom zijn monarch geplaatst, maar beschermende pionnen waren in geen velden of wegen te bekennen. Zwart loerde met een dame en een paard op een kans om Franks koning onderuit te halen, maar de kopman van Rokado kon via de open h-lijn misschien nog wat aanvallends ondernemen.
Plotseling offerde de Frank zijn toren op f7. Deze kon zwart moeilijk met zijn koning nemen vanwege Lxg6 waarop de zwarte dame op d4 zou sneuvelen. Andere stukken om de toren te nemen waren er trouwens niet, dus kon Frank deze toren vervolgens op b7 posteren en opeens had hij goede tegenkansen, zoals via de f- of de h-lijn met zijn dame beslissend de zevende rij binnendringen. Het belang van het torenoffer op f7 bleek echter niet zozeer de kracht van de zet, want de aanval sloeg niet door, maar uiteindelijk was het vooral de hoeveelheid tijd die de zwartspeler besteedde aan het berekenen van de ontstane mogelijkheden. Nadat deze erin geslaagd was de dreigingen tegen zijn zwarte koning weg te nemen kon zijn toren, via de inmiddels geopende d-lijn, zijn dame en paard een handje helpen bij het mat zetten van wit. Helaas voor de zwartspeler had hij echter nog zo weinig tijd over, dat Frank niet eens meer een weliswaar hevig schaak gevende, maar verder vooral op een gedekt veld staande dame van het bord hoefde te graaien: de vlag zou hem een halve seconde later immers als winnaar aanwijzen?
Een beetje mazzel af en toe moet kunnen, schaamt u zich vooral niet voor deze zege, 3-0 voor Rokado en op naar de volgende ronde!
Maar eerst nog even naar de partij van Marco. De nog maar twee dagen daarvoor speciaal voor deze partij uit het Verre Oosten teruggevlogen Rokadospeler had zwart aan bord 4. De witspeler opende met een gambiet zodat Marco, ik zeg dit voor de leken onder de lezers, direct met een pion meer speelde. Wit speelde het echter uitstekend en kon verscheidene dreigingen in zijn stelling weven, maar ook Marco liet zich wat dat betreft niet onbetuigd; hoe dan ook, de kansenverhouding bleef wat mij betreft te onduidelijk om te kunnen zeggen wie er nu eigenlijk beter stond. Marco wist de toch wat riskant ogende gevaren op zijn koningsvleugel te beteugelen door, zoals gebruikelijk bij hem, extra tijd te steken in het opspeuren van verraderlijke zetten en besloot toen de tijd daar rijp voor was zijn pion terug te geven. Aan de analysetafel waren de meningen verdeeld over de noodzaak hiervan, maar Marco haalde met zijn strategie uiteindelijk wèl de angel uit de stelling van zijn opponent. Onze wereldreiziger kreeg steeds meer spel, nam het initiatief over en won de geïnvesteerde tijd tenslotte dubbel en dwars terug. De beslissing viel uiteindelijk na een reeks van subtiele zetjes en irritante schaakjes, zo snel uitgevoerd dat Marco’s in tijdnood verkerende tegenstander door de bomen het bos niet meer zag. Niet zo vreemd als je bedenkt dat schakers in de laatste fase van hun partij doorgaans trekken beginnen te vertonen van aan ADHD lijdende houthakkers. Marco bepaalde de eindstand hiermee dus op 4-0 en niemand van Rokado zal er in de toekomst om malen dat deze klinkende zege misschien wel enigszins geflatteerd was.
De Buitenstaander
Ook op de site van Fianchetto staat een verslag
zaterdag 17 november 2012
Rokado verslaat Sliedrecht 2 met 6 - 2
Een schaakwedstrijd in de promotieklasse van de RSB, door de ogen van een amateuristische barman en professioneel afwasmachineaanzetter.
Als barman van de thuispelende Nieuw-Beijerlandse schaakclub Rokado had ik de eer om, tussen het inschenken van de glazen en het opruimen van de rotzooi in, af en toe een kijkje te mogen nemen aan de borden van deze Hoeksche Waardsche schaakmatadoren.
Vooraf was mij verteld dat Rokado was versterkt door het niet meespelen van Marco. Deze had zijn partij vooruit willen spelen, maar gelukkig was Sliedrecht daar niet mee akkoord gegaan zodat Rokado invallers kon inzetten, invallers die stuk voor stuk over meer schaakgenen beschikken dan Marco. Deze heeft weliswaar een redelijk hoge rating, maar de oorzaak daarvan is dat hij over zoveel humor beschikt dat zijn tegenstanders hem nooit serieus nemen, zeker niet als hij achter een schaakbord plaatsneemt. En bovendien zet hij af en toe zijn beduidend sterker spelende tweelingbroer in.
Over nu naar de wedstrijd. Mijn aandacht ging allereerst uit naar de het 5e bord waar Rick met zwart aan een partij bezig was waarvan ik de indruk kreeg dat hij goede kansen had. Helaas echter gold voor zijn tegenstander hetzelfde, zodat ik tot de conclusie kwam dat beiden goed stonden. Of misschien stonden ze allebei wel slecht, ik kwam er niet helemaal uit, maar gelukkig werd het al spoedig remise. Door eeuwig schaak naar bleek, wat dit verder ook betekenen mag. In elk geval kwamen beide kemphanen weldra dicht bij de bar hun partij analyseren en duurde dit een eeuwigheid, zodat de term ‘eeuwig schaak’ mij langzamerhand duidelijk begon te worden.
Intussen had Ben aan bord 4 zijn tegenstander behoorlijk in de tang, leek mij als leek. Hij zat achter het bord als een panter die op het punt staat zijn prooi te bespringen, wat wellicht de reden was voor het te gehaaste spel van zijn opponent. Op de snelle zege van Ben was dan ook niets af te dingen, 1½ - ½ voor Rokado.
Hans kwam op bord 3 met zwart in een onduidelijke zijvariant van de Tasmaanse Opening – heb ik me laten vertellen – terecht, en won dankzij een briljante combinatie de dame. De reden dat zijn tegenstander niet meteen opgaf was dat deze nog een klein trucje achter de hand had waardoor hij voor die dame uiteindelijk een toren, een stuk en een paar pionnen terugkreeg. Eén van die pionnen bleek zo gevaarlijk dat Hans tenslotte moest kiezen voor de veilige remisehaven en de tussenstand van 2 – 1.
In de partij die Leo met wit aan bord 6 speelde wisselden de kansen voortdurend. Leo kwam aanvankelijk veelvuldig naar de bar om opgewonden te klagen over opgewarmde tjap tjoy en zijn slechte spel; hij zag bovendien telkens de winnende zet voor zijn tegenstander, zoals dame slaat pion op F2.
Na het slaan van de dame door de koning, zou ‘paard G4 schaak’ met aanval op de witte dame direct winnen voor zwart, totdat Leo het laatste restje opgewarmde tjap tjoy uit zijn ogen wreef en zag dat hij dat paard er gewoon met zijn loper kon afknuppelen; maar dat terzijde. Leo hervond daarna zijn zelfvertrouwen en na het matzetten van zijn tegenstander stond het 3 – 1 voor Rokado.
De partij die Sander op bord 2 speelde begreep ik niet echt. Sander had weliswaar het sterke loperpaar – dat ‘sterke’ was volgens mij nog verre toekomst – maar zijn opponent had een pion meer, een gedekte doch nog te ondermijnen vrijpion, maar de conclusie van Ben dat Sander goed stond vanwege dat loperpaar (en dat die min-pion niets voorstelde) durfde ik niet met hem te delen. Ik kende dan ook (nog) niet de fenomenale schaakkracht van Sander, die met schitterend spel de partij uitmaakte, 4 -1. En nog een half puntje te gaan dus.
Frank was aan het topbord, met zwart, niet geweldig uit de startblokken gekomen. Hij stond er na een zet of tien zo slecht ontwikkeld bij dat ik ernstige aandrang voelde om hem ontwikkelingsgeld te geven. Zijn tegenstander kon echter geen gebruikmaken van zijn positionele voorsprong, kwam er dus niet doorheen en begon steeds meer zijn greep op de stelling te verliezen. Frank maakte aan het eind van de partij koelbloedig gebruik (of misschien heet dit wel ‘misbruik’) van de tijdnood bij zijn tegenstander en trok Rokado over de grens: 5 – 1.
Peter op bord 8 verloor door een onnauwkeurigheidje al snel de kwaliteit en een pion, maar toen hij er voor ging zitten werkten zijn dame, loper en paard zo goed samen dat zijn opponent tenslotte 2 pionnen moest inleveren en Peter remisekansen rook. In zo’n situatie moet je echter nooit je loper weggeven, een misgreep die alle eerder gedane moeite verbrijzelde en waarna Peter de handdoek in de ring gooide, Rokado had de winst toch al binnen en Sliedrecht mocht terugkomen op 5 – 2.
Alleen Theo, met zwart spelend aan bord 7, was nog bezig.
Remise aanbieden met een stuk meer – hij had dat stuk 'maar genomen' omdat hij niet wist waarom hij dat simpelweg instaande stuk NIET zou nemen - was niet aan de orde, dus moest hij het eeuwige probleem “het winnen van een gewonnen staande partij” zien op te lossen met niet al te veel tijd meer op de klok. Als je je tegenstander ondanks dat probleem deskundig in een matnet manoeuvreert en de eindstand daarmee op 6 – 2 bepaalt, heb je je uitstekend van die taak gekweten. Eerder in die partij was er trouwens wat vreemds gebeurd: Theo had gerokeerd! Helaas is er geen foto gemaakt van deze unieke zet, zeg maar unieke gebeurtenis, want normaliter neemt Theo geen tijd voor het uitvoeren van zetten die je kunt samenvatten als ‘randverschijnselen op het schaakbord’.
"de barman"
Eigenlijk is de hele schaaksport een randverschijnsel, inspannend, ontspannend of gewoon spannend, het blijft een randverschijnsel.
Dat kan je van de onmisbare activiteiten van een barman niet zeggen.
De barman
Als barman van de thuispelende Nieuw-Beijerlandse schaakclub Rokado had ik de eer om, tussen het inschenken van de glazen en het opruimen van de rotzooi in, af en toe een kijkje te mogen nemen aan de borden van deze Hoeksche Waardsche schaakmatadoren.
Vooraf was mij verteld dat Rokado was versterkt door het niet meespelen van Marco. Deze had zijn partij vooruit willen spelen, maar gelukkig was Sliedrecht daar niet mee akkoord gegaan zodat Rokado invallers kon inzetten, invallers die stuk voor stuk over meer schaakgenen beschikken dan Marco. Deze heeft weliswaar een redelijk hoge rating, maar de oorzaak daarvan is dat hij over zoveel humor beschikt dat zijn tegenstanders hem nooit serieus nemen, zeker niet als hij achter een schaakbord plaatsneemt. En bovendien zet hij af en toe zijn beduidend sterker spelende tweelingbroer in.
Over nu naar de wedstrijd. Mijn aandacht ging allereerst uit naar de het 5e bord waar Rick met zwart aan een partij bezig was waarvan ik de indruk kreeg dat hij goede kansen had. Helaas echter gold voor zijn tegenstander hetzelfde, zodat ik tot de conclusie kwam dat beiden goed stonden. Of misschien stonden ze allebei wel slecht, ik kwam er niet helemaal uit, maar gelukkig werd het al spoedig remise. Door eeuwig schaak naar bleek, wat dit verder ook betekenen mag. In elk geval kwamen beide kemphanen weldra dicht bij de bar hun partij analyseren en duurde dit een eeuwigheid, zodat de term ‘eeuwig schaak’ mij langzamerhand duidelijk begon te worden.
Intussen had Ben aan bord 4 zijn tegenstander behoorlijk in de tang, leek mij als leek. Hij zat achter het bord als een panter die op het punt staat zijn prooi te bespringen, wat wellicht de reden was voor het te gehaaste spel van zijn opponent. Op de snelle zege van Ben was dan ook niets af te dingen, 1½ - ½ voor Rokado.
Hans kwam op bord 3 met zwart in een onduidelijke zijvariant van de Tasmaanse Opening – heb ik me laten vertellen – terecht, en won dankzij een briljante combinatie de dame. De reden dat zijn tegenstander niet meteen opgaf was dat deze nog een klein trucje achter de hand had waardoor hij voor die dame uiteindelijk een toren, een stuk en een paar pionnen terugkreeg. Eén van die pionnen bleek zo gevaarlijk dat Hans tenslotte moest kiezen voor de veilige remisehaven en de tussenstand van 2 – 1.
In de partij die Leo met wit aan bord 6 speelde wisselden de kansen voortdurend. Leo kwam aanvankelijk veelvuldig naar de bar om opgewonden te klagen over opgewarmde tjap tjoy en zijn slechte spel; hij zag bovendien telkens de winnende zet voor zijn tegenstander, zoals dame slaat pion op F2.
Na het slaan van de dame door de koning, zou ‘paard G4 schaak’ met aanval op de witte dame direct winnen voor zwart, totdat Leo het laatste restje opgewarmde tjap tjoy uit zijn ogen wreef en zag dat hij dat paard er gewoon met zijn loper kon afknuppelen; maar dat terzijde. Leo hervond daarna zijn zelfvertrouwen en na het matzetten van zijn tegenstander stond het 3 – 1 voor Rokado.
De partij die Sander op bord 2 speelde begreep ik niet echt. Sander had weliswaar het sterke loperpaar – dat ‘sterke’ was volgens mij nog verre toekomst – maar zijn opponent had een pion meer, een gedekte doch nog te ondermijnen vrijpion, maar de conclusie van Ben dat Sander goed stond vanwege dat loperpaar (en dat die min-pion niets voorstelde) durfde ik niet met hem te delen. Ik kende dan ook (nog) niet de fenomenale schaakkracht van Sander, die met schitterend spel de partij uitmaakte, 4 -1. En nog een half puntje te gaan dus.
Frank was aan het topbord, met zwart, niet geweldig uit de startblokken gekomen. Hij stond er na een zet of tien zo slecht ontwikkeld bij dat ik ernstige aandrang voelde om hem ontwikkelingsgeld te geven. Zijn tegenstander kon echter geen gebruikmaken van zijn positionele voorsprong, kwam er dus niet doorheen en begon steeds meer zijn greep op de stelling te verliezen. Frank maakte aan het eind van de partij koelbloedig gebruik (of misschien heet dit wel ‘misbruik’) van de tijdnood bij zijn tegenstander en trok Rokado over de grens: 5 – 1.
Peter op bord 8 verloor door een onnauwkeurigheidje al snel de kwaliteit en een pion, maar toen hij er voor ging zitten werkten zijn dame, loper en paard zo goed samen dat zijn opponent tenslotte 2 pionnen moest inleveren en Peter remisekansen rook. In zo’n situatie moet je echter nooit je loper weggeven, een misgreep die alle eerder gedane moeite verbrijzelde en waarna Peter de handdoek in de ring gooide, Rokado had de winst toch al binnen en Sliedrecht mocht terugkomen op 5 – 2.
Alleen Theo, met zwart spelend aan bord 7, was nog bezig.
Remise aanbieden met een stuk meer – hij had dat stuk 'maar genomen' omdat hij niet wist waarom hij dat simpelweg instaande stuk NIET zou nemen - was niet aan de orde, dus moest hij het eeuwige probleem “het winnen van een gewonnen staande partij” zien op te lossen met niet al te veel tijd meer op de klok. Als je je tegenstander ondanks dat probleem deskundig in een matnet manoeuvreert en de eindstand daarmee op 6 – 2 bepaalt, heb je je uitstekend van die taak gekweten. Eerder in die partij was er trouwens wat vreemds gebeurd: Theo had gerokeerd! Helaas is er geen foto gemaakt van deze unieke zet, zeg maar unieke gebeurtenis, want normaliter neemt Theo geen tijd voor het uitvoeren van zetten die je kunt samenvatten als ‘randverschijnselen op het schaakbord’.
"de barman"
Eigenlijk is de hele schaaksport een randverschijnsel, inspannend, ontspannend of gewoon spannend, het blijft een randverschijnsel.
Dat kan je van de onmisbare activiteiten van een barman niet zeggen.
De barman
dinsdag 6 november 2012
DUBBELGANGER VAN THEO ACTIEF!?
Vandaag even gesurft naar de leuke website van Charlois om wat verslagen te lezen van hoe het hun teams is vergaan in de KNSB, zie ik tot mijn verbazing een foto van onze Theo met daarbij de vermelding dat hij in de interne heeft gewonnen van de sterke Cees van Oosterom en met een plus 5 score in Groep 2 de onbedreigde koploper is. Nu wint naar mijn weten Cees in de externe altijd van Rokado-spelers en is het doorgaans de afgelopen 5 jaar geploeter wat Theo op het bord brengt in zowel de interne bij Charlois als in externe bij Rokado. Mijn gevoel zegt dat dit onze Theo niet kan zijn en een tweelingbroer loopt er bij mijn weten -gelukkig– niet rond. Rest de vraag of er hier wellicht een dubbelganger actief is, die over wat meer schaakgenen beschikt…!?
Marco
Marco
Abonneren op:
Posts (Atom)

























